Het kabinet wil dat uitzenders en payrollers in de toekomst geen kennismigranten (van buiten de EU) meer ter beschikking mogen stellen. Deze partijen zullen niet langer als erkend referent kunnen optreden. Reden hiervoor is dat uitleenconstructies gevoelig blijken voor misbruik, aldus minister Faber (Asiel en Migratie) in een brief aan de Tweede Kamer.
Focus op kenniswerkers voor de Nederlandse economie
In het regeerakkoord en tijdens Prinsjesdag is al aangekondigd dat de kennismigrantenregeling aangescherpt wordt. Het doel is deze regeling specifiek in te zetten voor kenniswerkers die essentieel zijn voor de Nederlandse economie en tegelijkertijd misbruik te voorkomen.
De regeling maakt het voor werkgevers mogelijk om kenniswerkers van buiten de EU aan te trekken. Het laagdrempelige karakter zorgt echter voor misbruik. Uit meldingen van de IND en de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat sommige bedrijven schijnconstructies opzetten of kennismigranten uitbuiten door bijvoorbeeld het afgesproken loon niet te betalen. Minister Faber wijst op de driehoeksverhouding tussen uitlener, inlener en kennismigrant, waardoor er onvoldoende toezicht is op de arbeidsomstandigheden. Dit maakt kennismigranten kwetsbaar.
Strengere regels voor erkend referentschap
Werkgevers die kennismigranten willen inzetten, moeten erkend referent zijn bij de IND. Momenteel mogen erkend referenten kennismigranten via uitzend- of payrollconstructies uitlenen. Nederland telt 277 erkend referenten met “uitlenen” als kernactiviteit, goed voor 6.520 kennismigranten (7% van het totaal).
Minister Faber stelt echter dat het erkend referentschap bedoeld is voor de feitelijke werkgever, die direct belang heeft bij de komst van de kennismigrant en zicht houdt op diens werkzaamheden. Daarom stelt zij voor om erkend referenten voortaan uit te sluiten van het bedrijfsmatig uitlenen van kennismigranten, met enkele uitzonderingen.
Uitzonderingen op de regels
Het uitlenen van kennismigranten blijft toegestaan in twee situaties:
- Tijdelijke situaties rond erkenning: Als een inlener nog wacht op goedkeuring als erkend referent, bijvoorbeeld bij fusies of overnames.
- Innovatieve start-ups en scale-ups: Startende bedrijven die nog niet aan alle voorwaarden voor erkend referentschap kunnen voldoen, maar specialistische kennis nodig hebben. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zal dergelijke bedrijven beoordelen en adviseren aan de IND.
In deze gevallen krijgt de kennismigrant een verblijfsvergunning voor maximaal twee jaar.
Aanvullende voorwaarden en plichten
Voor erkend referenten die nog wel kennismigranten uitlenen, worden strengere voorwaarden geïntroduceerd:
- Meldplicht: Erkende uitleners moeten bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning informatie verstrekken over de feitelijke werkgever en de reden voor de uitleenconstructie.
- Veranderingen doorgeven: Wijzigingen in de situatie moeten verplicht worden gemeld aan de IND.
- Contactplicht: Als een uitlener geen contact meer heeft met een kennismigrant, moet dit direct worden gemeld.
Daarnaast wordt een zorgplicht ingevoerd om ketenaansprakelijkheid te creëren en zicht op de arbeidsomstandigheden te waarborgen.
Impact op uitzenders en payrollers
De strengere regels gelden voor alle partijen die arbeidskrachten ter beschikking stellen volgens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Dit omvat uitzenders en payrollers, die in beginsel geen kennismigranten meer mogen uitlenen.
Dit is echter niet het einde van payrolling en uitzenden van kennismigranten. De regels worden strenger, maar het is nog onduidelijk hoe en wanneer deze in werking treden.