Eindejaarstips 2025, Year-end tips 2025

Nu het einde van 2025 nadert, is dit hét moment om gebruik te maken van slimme Eindejaarstips 2025 om fiscaal voordeel te behalen. Sommige fiscale regelingen moet u nog vóór 31 december benutten, terwijl andere juist beter in 2026 kunnen worden opgepakt. Met de juiste keuzes voorkomt u dat u kansen laat liggen en gaat u financieel sterker het nieuwe jaar in. In deze Eindejaarstips 2025 leest u welke fiscale veranderingen en optimalisatiemogelijkheden voor u belangrijk zijn en hoe u hier nu al van kunt profiteren.

Onderwerpen Eindejaarstips 2025

Wij hebben deze Eindejaarstips 2025 verdeeld in de volgende onderwerpen:

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2026 in werking treden, tenzij anders vermeld.

1. ALLE ONDERNEMERS

1.1 Benut resterende vrije ruimte in de WKR

Benut de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) goed. Heeft u nog ongebruikte ruimte? Dan kunt u misschien dit jaar uw werknemers nog belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen geven. U kunt een ongebruikt deel van de vrije ruimte niet doorschuiven naar volgend jaar. U hoeft de afrekening van de werkkostenregeling over het jaar 2025 (eindheffing werkkostenregeling van 80% van de boven de vrije ruimte uitkomende als eindheffing aangewezen vergoedingen en verstrekkingen) pas mee te nemen in de aangifte loonheffingen over februari 2026. Deze aangifte verzorgt en betaalt u in maart 2026.

Tip!
In 2025 is de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom 2%. Daarboven geldt een percentage van 1,18%. In 2026 blijft het percentage over de eerste € 400.000 van de loonsom 2%. Mocht u verwachten dat in 2026 de vrije ruimte boven de eerste € 400.000 uitkomt dan kan het voordelig zijn om een deel van de vergoedingen en verstrekkingen van volgend jaar naar voren te halen.

Pas eventueel de concernregeling toe. Dan ontstaat in feite een gezamenlijke vrije ruimte die uitgewisseld kan worden tussen concernmaatschappijen.

Let op!
Als u gebruik maakt van de concernregeling kan in 2025 maar één keer gebruik worden gemaakt van de vrije ruimte over de eerste
€ 400.000 van de loonsom.
Raadpleeg uw adviseur over wat voordeliger is: het onderling uitwisselen van ongebruikte vrije ruimte of meermaals gebruik maken van de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom.

Tip!
Leg schriftelijk en tijdig (vooraf!) vast dat u vergoedingen en verstrekkingen heeft aangewezen en welke dit zijn. Dit voorkomt veel discussies met de Belastingdienst. Weet dat tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar de Belastingdienst er in beginsel van uit gaat dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

1.2 Gerichte vrijstelling voor thuiswerken

Een werkgever mag (onder voorwaarden) aan haar werknemer een onbelaste vergoeding per thuiswerkdag geven. Voor 2025 is deze vergoeding € 2,40. Voor 2026 wordt deze vergoeding waarschijnlijk € 2,45. Voor werknemers die structureel thuiswerken geldt een praktische regeling, waardoor onder voorwaarden een vaste vergoeding mag worden gegeven.

Tip!
Wilt u gebruik gaan maken van deze gerichte vrijstelling? Raadpleeg uw adviseur.

Let op!
Werkt de werknemer op dezelfde dag thuis en op kantoor, dan kunnen de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding niet allebei worden toegepast. De werkgever moet kiezen tussen één van beide. Heeft de werknemer een auto of fiets van de zaak of beschikt hij over een OV-chipkaart of OV-abonnement, dan kan op de dag dat daarvan gebruik wordt gemaakt voor woon-werk verkeer, geen thuiswerkvergoeding worden gegeven. Is sprake van een vaste vergoeding voor thuiswerken en woning-werkverkeer, dan hoeven deze vergoedingen bij een incidentele afwijking van het thuiswerkpatroon niet te worden aangepast.

1.3 Kies jaarlijks wel of geen toepassing
30%-regeling

Heeft u zogenoemde extraterritoriale (inkomende of uitgezonden) werknemers in dienst? Dan moet u vanaf 2023 jaarlijks kiezen of u hun werkelijke extraterritoriale kosten vergoedt of dat u gebruik maakt van de zogenoemde 30%-regeling. Die keuze wordt gemaakt in het eerste loontijdvak van het jaar waarin u deze kosten vergoedt. Als binnen vier maanden na de eerste tewerkstelling van een ingekomen werknemer een 30%-beschikking wordt aangevraagd, dan geldt het eerste loontijdvak na die vier maanden als keuzetijdvak voor de rest van het jaar.

Let op!
Vanaf 2027 wordt het percentage van de 30%-regeling verlaagd naar een constant forfait van 27%. Expats die voor 2025 al gebruik maakten van de regeling behouden het percentage van 30%. Per 1 januari 2025 is de partiële buitenlandse belastingplicht komen te vervallen. Voor werknemers die de 30%-regeling al vóór 2024 hadden, geldt overgangsrecht tot 1 januari 2027. Houdt er rekening mee dat als gekozen is voor vergoeding van werkelijke extraterritoriale kosten deze regeling per 2026 wordt versoberd in die zin dat de extra kosten van levensonderhoud (waaronder gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen) niet meer vallen onder de gerichte vrijstelling. Ook uitgaven voor gesprekskosten voor privédoeleinden vallen niet meer onder de gerichte vrijstelling. Andere extraterritoriale kosten zoals dubbele huisvestingskosten kunnen nog wel onbelast worden vergoed of verstrekt.

1.4 Anticipeer op extra heffing op niet-elektrische personenauto’s van de zaak

Waarschijnlijk komt er vanaf 2027 een pseudo-eindheffing van 12% over de cataloguswaarde (incl. btw en bpm) van een door de werkgever ter beschikking gestelde fossiele (waaronder hybride) personenauto, die de werknemer ook privé mag gebruiken. Voor deze regeling geldt woon-werkverkeer als privé. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt hierbij uitgegaan van de waarde in het economische verkeer. De werkgever mag deze eindheffing niet verhalen op de werknemer. De regeling geldt overigens niet voor bestelauto’s (met uitzondering voor personenbusjes voor zorgvervoer).

Let op!
Als overgangsregeling is voorgesteld dat voor niet-elektrische auto’s die voor 2027 aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld tot 17 september 2030 de extra heffing niet geldt. Na die datum is de werkgever over die auto wel de pseudo-eindheffing verschuldigd.

Tip!
Let bij het afsluiten van nieuwe leasecontracten voor fossiele personenauto’s op de duur ervan. Herzie indien mogelijk uw leaseregeling voor uw werknemers.

1.5 Vervroeg aanschaf elektrische auto naar 2025

Met ingang van 2026 geldt er geen verlaagd tarief meer voor de bijtelling wegens privégebruik van elektrische auto’s die vanaf dat moment voor het eerst op kenteken worden gezet. Bij aanschaf of afsluiten van een leaseregeling van elektrische auto’s van de zaak in 2025 kan nog gedurende 60 maanden gebruikt worden gemaakt van de 17%-bijtelling over de cataloguswaarde tot € 30.000 en 22% over het meerdere. Wordt een dergelijke auto vanaf 2026 voor het eerst op kenteken gezet, dan geldt een bijtelling van 22% over de gehele cataloguswaarde.

Tip!
Bereken of afkoop van een huidige leaseregeling voor een elektrische auto van de zaak die (begin) 2026 afloopt gevolgd door afsluiten van een nieuw contract voor een (voorraad)auto die dit jaar nog op naam kan worden gezet voordeliger is dan het afsluiten van een nieuw contract na de jaarwisseling.

1.6 Benut vrijstelling fietsen van de zaak die niet thuis worden gestald

Voor fietsen die u als werkgever ter beschikking stelt aan uw werknemers en die zij ook privé mogen gebruiken, geldt een bijtelling van 7% per jaar over de aanschafwaarde. Als de fiets voor woon-werkverkeer wordt gebruikt telt dat in dit geval als privégebruik. Bij deelfietsen, OV-fietsen en dergelijke kan dit tot ongewenste bijtellingen leiden. Daarom is de regeling ingevoerd om geen bijtelling meer toe te passen als de ter beschikking gestelde fiets niet of slechts incidenteel (niet meer dan 10% van de tijd) bij het woon- of verblijfsadres van de werknemer wordt gestald. Voor een fiets die op een station gestald is en wordt gebruikt voor de overbrugging van de laatste kilometers naar de werkplek hoeft dus geen bijtelling meer plaats te vinden.

Let op!
Deze nieuwe regeling werkt terug tot 1 januari 2020. Eventueel gedane bijtellingen voor fietsen die niet thuis worden gestald kunt u door de Belastingdienst laten corrigeren.

1.7 Fiscale subsidie: gebruik het loonkosten-voordeel

Als werkgever kunt u een loonkostenvoordeel (LKV) krijgen voor oudere of arbeidsgehandicapte werknemers. Ga snel na of u het LKV kunt krijgen. Het LKV wordt alleen toegekend als er een doelgroepverklaring is afgegeven aan de werknemer. Er kan dan direct in de aangiften loonheffing rekening mee worden gehouden. De volgende loonkostenvoordelen kunnen worden aangevraagd:

  • LKV oudere werknemer;
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer;
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden;
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

Uw werknemer (of u, als uw werknemer u machtigt) moet binnen drie maanden nadat de werknemer bij u in dienst is getreden de doelgroepverklaring aanvragen bij het UWV of de gemeente. Na die drie maanden heeft de werknemer geen recht meer op die doelgroepverklaring en kunt u geen LKV meer aanvragen voor uw werknemer.

De voorwaarden voor het LKV herplaatsen van een arbeidsgehandicapte werknemer zijn per 1 januari 2025 verruimd. Het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers wordt stapsgewijs afgebouwd voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024. In 2026 is dit loonkostenvoordeel alleen nog mogelijk voor dienstbetrekkingen die voor 1 januari 2024 zijn aangevangen.

Tip!
Om voor uw werknemer LKV te kunnen ontvangen, moet u een kopie van de doelgroepverklaring van uw werknemer hebben. Zorg ervoor dat u uw werknemer daarvan tijdig op de hoogte brengt.

1.8 Onbelaste vergoeding voor het woon-werkverkeer wordt niet verhoogd

Werkgevers kunnen werknemers een belastingvrije vergoeding geven voor de kosten van het reizen van huis naar een vaste arbeidsplaats. Die onbelaste vergoeding is in 2025 € 0,23 per kilometer, voor de heen- én de terugreis.

In 2026 blijft deze onbelaste vergoeding € 0,23 per kilometer. Werknemers die structureel tussen woonplaats en vaste arbeidsplaats reizen, kunnen onder voorwaarden een vaste vergoeding ontvangen. Wilt u gebruik gaan maken van deze gerichte vrijstelling in combinatie met een thuiswerkvergoeding? Neem dan contact op met uw adviseur om te bekijken wat de mogelijkheden zijn.

Let op!
Werkt de werknemer op dezelfde dag thuis en op kantoor, dan kunnen de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding niet allebei worden toegepast. Zie paragraaf 1.2 voor meer informatie.

1.9 Dien uw WBSO-aanvraag op tijd in!

Werkgevers kunnen via de WBSO een fiscale tegemoetkoming krijgen voor innovatiekosten. Dit omvat salariskosten en overige kosten van innovatie. Vraag de WBSO vooraf online aan bij RVO (www.rvo.nl).Als u over 2025 WBSO hebt aangevraagd en een S&O-verklaring hebt ontvangen dat kan u vanaf medio februari 2026 melden wat u in 2025 hebt gerealiseerd. Deze mededeling realisatie moet u, ter voorkoming van een boete, doen voor 31 maart 2026.

Let op!
Dien uw aanvraag voor de eerste periode van 2026 uiterlijk
20 december 2025 in bij RVO.

1.10 Informatieverstrekking uitbetaalde bedragen aan derden

Werkgevers zijn verplicht informatie te verstrekken aan de Belastingdienst over uitbetaalde bedragen aan derden waarop geen loonheffingen zijn ingehouden. Als u dergelijke betalingen doet aan een natuurlijk persoon, moet u de Belastingdienst informeren over een aantal zaken, waaronder: naam, adres, woonplaats,geboortedatum, burgerservicenummer (BSN) en de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief kostenvergoedingen. De informatieplicht geldt niet voor, onder andere, betalingen aan werknemers, artiesten, beroepssporters, of vrijwilligers. Ook geldt de informatieplicht niet voor personen die een factuur met btw hebben uitgereikt, mits die factuur voldoet aan de eisen van de Wet op de omzetbelasting 1968. Ook indien de omzetbelasting wordt verlegd, dient u een overzicht te verstrekken van de uitbetaalde bedragen. Voor 2025 kunt u de informatie aanleveren in de loop van het jaar zelf, maar uiterlijk in januari 2026.

Tip!
Begin tijdig met het in kaart brengen voor welke personen u aan deze informatieplicht moet voldoen en ga na of u over alle noodzakelijke gegevens (BSN!) beschikt.

1.11 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

Bent u van plan om te investeren in uw onderneming? Mogelijk is het voordelig om dat nog dit jaar te doen of kunt u die investering juist beter (gedeeltelijk) uitstellen tot 2026. Op die manier kunt u optimaal gebruik maken van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en betaalt u minder belasting. Voor de KIA moet u minimaal € 2.900 aan investeringen doen.

Investeert u meer dan € 392.230 (2025), dan heeft u geen recht op de KIA. Investeringen tot € 450 tellen niet mee. De KIA geldt zowel voor nieuwe als gebruikte bedrijfsmiddelen. Voor sommige bedrijfsmiddelen kunt u geen KIA krijgen, zoals grond, woningen en personenauto’s.

Let op!
Als het bedrijfsmiddel waarin is geïnvesteerd in 2025 nog niet in gebruik is genomen, wordt de KIA beperkt tot het bedrag dat aan het eind van 2025 is betaald. Het meerdere is dan aftrekbaar in 2026. U kunt de KIA in 2025 echter nog wel optimaal benutten als u een aanbetaling doet die gelijk is aan het bedrag van de KIA voor dat bedrijfsmiddel.

Tip!
Bent u vergeten om de investeringsaftrek toe te passen in uw aangifte, dan kunt u binnen vijf jaar nog een verzoek doen om deze alsnog toe te passen.

1.12 Benut de energie- en milieu-investeringsaftrek

Naast kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kunt u ook recht hebben op energie-investeringsaftrek (EIA) als u investeert in bepaalde energiezuinige bedrijfsmiddelen of milieu-investeringsaftrek (MIA) als u bepaalde milieuvriendelijke investeringen doet. De EIA bedraagt 40% van de investering. De MIA bedraagt afhankelijk van het bedrijfsmiddel 27%, 36% of 45%. Alleen investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen komen voor de EIA of MIA in aanmerking. Kleine investeringen tot een bedrag van € 2.500 komen niet voor EIA of MIA in aanmerking. U krijgt alleen EIA of MIA als de investeringen binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal via het e-loket op mijn.rvo.nl zijn gemeld. Aan de hand van de energielijst of de milieulijst (te raadplegen op de site www.rvo.nl) kunt u bepalen of een bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor EIA of MIA.

1.13 Voorkom een desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar investeringsaftrek toegepast? En verkoopt u het bedrijfsmiddel weer? Dan krijgt u misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van uw onderneming, waardoor u dus een stukje van de eerdere investeringsaftrek moet terugbetalen. De bijtelling geldt alleen als u voor meer dan € 2.900 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt.

Tip!
Heeft u in 2021 met investeringsaftrek geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel? Als u dat bedrijfsmiddel gaat afstoten, kunt u de desinvesteringsbijtelling voorkomen door de verkoop uit te stellen tot begin 2026.

1.14 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel

Heeft uw onderneming bestelauto’s die aan het personeel ter beschikking worden gesteld? Dan moeten de werknemers in principe belasting betalen over de bijtelling voor het privégebruik van de bestelauto.

Rijdt uw werknemer op jaarbasis minder dan 500 km privé met deze bestelauto? Dan kan de werknemer, net als voor een personenauto, voor een bestelauto een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ aanvragen. Voor bestelauto’s zijn er daarnaast speciale mogelijkheden om de bijtelling te voorkomen als de werknemer niet privé kan of mag rijden met de bestelauto. Denk daarbij aan:

  • een niet buiten werktijd te gebruiken bestelauto (auto ‘achter het hek’);
  • een verbod op privégebruik bestelauto;
  • een ’Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’.

U moet het privégebruik dan wel onmogelijk maken en het autogebruik controleren. Voor het verbod op privégebruik kunt u eventueel gebruik maken van een voorbeeldafspraak die u kunt downloaden van www.belastingdienst.nl (voorbeeldafspraak verbod privégebruik bestelauto).

Tip!
Worden de bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruikt en is het privégebruik per werknemer niet te bepalen? Dan is een eindheffing van toepassing van € 438 per bestelauto. Vanaf 2026 wordt deze eindheffing geïndexeerd. Als woon-werkverkeer niet is uitgesloten, leidt dit voor de btw wel tot een volle correctie btw voor privégebruik. Voor de btw is woon-werkverkeer namelijk privégebruik, tenzij u op verschillende plaatsen werkt en daarvoor een auto nodig hebt.

Let op!
Als de bestelauto door zijn aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen, hoeft u geen rekening te houden met een forfaitaire bijtelling. Bespreek uw situatie met uw adviseur.

1.15 Betaal later belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen

Als ondernemer moet u afschrijven op bedrijfsmiddelen als deze in waarde dalen door gebruik. Deze afschrijving is aftrekbaar van de winst. Soms kunt u gebruik maken van willekeurige afschrijving. Dit houdt in dat u sneller mag afschrijven. U haalt dan de kosten naar voren en stelt zo belastingheffing uit. Willekeurige afschrijving is er voor milieu-investeringen (VAMIL, tot 75% van de investeringskosten), maar ook voor investeringen door startende ondernemers. Startende ondernemers kunnen in 2025 hun investeringen willekeurig afschrijven, als het maximale investeringsbedrag in 2025 € 392.230 bedraagt.

Tip!
Als u in 2026 het voornemen heeft om te investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen, dan kunt u wellicht deze investeringen naar voren halen om te profiteren van de willekeurige afschrijving in 2025.

1.16 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraad af

De bezittingen van uw onderneming staan op de (fiscale) balans voor de aankoopprijs, verminderd met de afschrijvingen. Dit noemen we de boekwaarde. Als de werkelijke waarde van de bezittingen lager is dan de boekwaarde, kunt u deze mogelijk afwaarderen. De afwaardering komt in mindering op uw winst uit de onderneming, waardoor u dit jaar minder belasting betaalt.

1.17 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen

Heeft uw onderneming dit jaar bedrijfsmiddelen verkocht tegen een hogere prijs dan de boekwaarde? Dan moet u over deze boekwinst waarschijnlijk belasting betalen. Dit kunt u voorkomen door de boekwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR).

U moet dan wel het voornemen hebben om in hetzelfde jaar of in de drie volgende jaren nieuwe investeringen te doen.

Zolang u niet overgaat tot investeren, moet u uw herinvesteringsvoornemen aannemelijk maken. Denk aan het vastleggen van de voorgenomen investeringen in een directiebesluit, aangevuld met vastleggingen van de concrete stappen die u heeft ondernomen om te herinvesteren. Bijvoorbeeld het aanvragen van offerten of via zoekopdrachten en dergelijke.

Let op!
Onder bijzondere omstandigheden kan de termijn om te herinvesteren worden verlengd. Bijvoorbeeld als de aard van het bedrijfsmiddel een langer tijdvak vereist of de aanschaffing door bijzondere omstandigheden is vertraagd. Vraag de Belastingdienst in dat geval vóór afloop van de driejaarstermijn om een verlenging van de termijn. Uw adviseur kan u hierbij helpen.

1.18 Herinvesteer op tijd

Heeft u in eerdere jaren een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd? Dan blijft deze in principe maximaal drie jaar in stand.

Als u niet binnen die tijd investeert, dan wordt de HIR weer bij de winst opgeteld en moet u hierover alsnog belasting betalen. Een herinvesteringsreserve die in 2022 is gevormd, moet daarom uiterlijk op 31 december 2025 worden gebruikt voor een nieuwe investering in bedrijfsmiddelen. Investeer daarom op tijd. Van een herinvestering is al snel sprake. Het is namelijk al voldoende als u in 2025 het contract voor de investering tekent. Het bedrijfsmiddel hoeft dus nog niet in 2025 aan u geleverd of door u betaald te zijn.

1.19 Kijk naar de mogelijkheid om een voorziening te vormen

Weet u redelijk zeker dat u in 2026 bepaalde (grote) uitgaven moet doen? Dan kunt u misschien uw winst over 2025 al verlagen door een voorziening te vormen.

Let op!
Een voorziening mag u alleen vormen voor toekomstige uitgaven, als die worden veroorzaakt door feiten en omstandigheden die zich in 2025 of eerdere jaren voordeden. De toekomstige uitgaven moeten ook toe te rekenen zijn aan deze jaren.

1.20 Beperk de aftrekbeperking voor gemengde kosten

Gemengde kosten zijn kosten die zowel een zakelijk als een privé-element bevatten. Heeft u in 2025 gemengde kosten gemaakt? Dan zijn deze tot een bedrag van € 5.700 niet aftrekbaar. U kunt er echter ook voor kiezen deze kosten voor 80% in aftrek te brengen. Dat is voordelig als de beperkt aftrekbare kosten over 2025 minder dan € 28.500 bedragen.

Let op!
Voor ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, gelden afwijkende regels. Drijft u uw onderneming als een bv? Dan is het bedrag van de beperkt aftrekbare kosten gelijk aan 0,4% van het belastbaar loon van werknemers met een minimum van € 5.700. Indien u hiervoor bij de aangifte kiest, wordt tot het loon niet gerekend het loon uit een vroegere dienstbetrekking, zoals bij gepensioneerde werknemers. De bv kan er ook voor kiezen om dit bedrag te vervangen door 73,5% van de werkelijke kosten, als dit bedrag lager is.

1.21 Btw-ondernemer met lage omzet: pas de kleineondernemersregeling toe

Ondernemers in Nederland met een btw-omzet tot € 20.000 kunnen kiezen voor de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers: de kleineondernemersregeling (KOR). Deelname aan de KOR vermindert de administratieve verplichtingen voor de btw. De ondernemer mag dan geen btw meer in rekening brengen bij zijn afnemers én geen omzetbelasting als voorbelasting in aftrek brengen. Deze regeling geldt ook voor bv’s en andere rechtspersonen, zoals stichtingen en verenigingen.

Wilt u gebruik maken van de KOR, vraag deze dan 4 weken voor aanvang van een volgende aangiftetermijn aan, derhalve voor 3 december 2025 voor toepassing vanaf 2026.

Bij gebruik van de KOR is de omzetbelasting op zakelijke kosten en investeringen niet aftrekbaar. Dat geldt ook voor btw die u heeft betaald in een ander EU-land, zoals de btw over tanken in Duitsland. Mogelijk moet u eerder in aftrek genomen btw terugbetalen, op grond van de herzieningsregels. Vraag uw RB naar de gevolgen van de KOR voor uw onderneming.

De KOR geldt ook voor andere landen binnen de Europese Unie. U zult hierbij niet meer dan € 100.000 aan omzet binnen de Europese Unie moeten hebben en ook niet meer omzet dan de drempelbedragen in iedere Lidstaat.

Tip!
Wilt u de KOR met ingang van 1 januari 2026 niet meer toepassen, dan kunt u zich afmelden met een speciaal formulier op de website van de Belastingdienst. Dit dient u uiterlijk op 3 december 2025 te doen. Het gevolg is dan wel dat u met ingang van 2026 maximaal twee jaar lang geen gebruik kunt maken van de KOR. Raadpleeg vooraf uw adviseur voor de gevolgen.

1.22 Corrigeer eerdere btw-aangiften

Constateert u dat u te veel of te weinig btw heeft afgedragen? Dan moet u dat corrigeren. U kunt die correctie verwerken in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Voorwaarde is wel dat de btw-correctie niet hoger is dan € 1.000. Betreft het een grotere correctie? Dan moet u een aparte suppletieaangifte indienen.

Let op!
Ter vermijding van boetes moet een btw-suppletie worden ingediend voordat de ondernemer weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst bekend is met de desbetreffende onjuistheid. Daarbij geldt vanaf 2025 dat een btw-suppletie in ieder geval binnen uiterlijk 8 weken moet zijn ingediend nadat de ondernemer heeft geconstateerd dat de ingediende btw-aangifte incorrect was.

1.23 Eénloketsysteem voor afstandsverkopen

Sinds 1 juli 2021 geldt de nieuwe EU-regeling btw e-commerce. Als u goederen levert aan klanten in de EU die geen btw-aangifte doen, kunt u gebruik maken van het zogenoemde éénloketsysteem. Dit scheelt een groot aantal registraties in de landen waar u de goederen levert.

Tip!
Maakt u nog geen gebruik van het éénloketsysteem? Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden.

1.24 Herziening btw bij gemengde prestaties

Wanneer u als ondernemer investeringsgoederen gebruikt voor zowel belaste als vrijgestelde prestaties, dan kunt u de btw op die investeringsgoederen niet volledig terugvragen. De aftrek wordt gebaseerd op de pro rata verhouding van de belaste en vrijgestelde prestaties in het boekjaar van ingebruikname. Wanneer deze pro rata verhouding in de jaren daarna wijzigt, moet u jaarlijks beoordelen of de teruggevraagde btw op de investeringsgoederen herzien moet worden. Voor roerende zaken bedraagt de herzieningsperiode 4 jaar na het jaar van ingebruikname en voor onroerende zaken 9 jaar na het jaar van ingebruikname. Het gaat voor de herziening jaarlijks om maximaal het 1/5e respectievelijk 1/10e deel van de teruggevraagde btw. Als het verschil met het teruggevraagde bedrag voor dat jaar minder is dan 10%, kan herziening achterwege blijven.

1.25 Anticipeer op invoering btw-herzieningsregeling op kostbare diensten

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen geldt nu al een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat ook een btw-herzieningsregeling gelden voor diensten aan een of meer onroerende zaken die deze meerjarig dienen, inclusief materialen, installaties, machines en werktuigen die, na installatie of montage, als onroerend kwalificeren. Er geldt een drempelbedrag van € 30.000 exclusief omzetbelasting per investeringsdienst. De nieuwe herzieningsregeling is van toepassing op investeringsdiensten die op of na 1 januari 2026 in gebruik zijn genomen. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Op grond van rechtspraak van het Europese Hof van Justitie kunt u kiezen voor een herzieningstermijn van tien jaar, maar dan zit u er dus wel langer aan vast. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

Tip!
De nieuwe herzieningsregeling is van toepassing op investeringsdiensten die op of na 1 januari 2026 in gebruik zijn genomen. Indien mogelijk loont het dus om de investeringsdienst vóór 1 januari 2026 in gebruik te (laten) nemen en dit moment van ingebruikname goed vast te leggen in de administratie.

1.26 Let op btw in verband met privégebruik en Besluit uitsluiting aftrek (BUA)

Gebruikt u of uw personeel goederen of diensten van uw onderneming voor privégebruik? Of gebruikt u deze voor het voeren van een zekere staat, relatiegeschenken of giften aan niet-aftrekgerechtigden of voor personeelsvoorzieningen? Dan bent u hierover mogelijk btw verschuldigd als u één of meer personeelsleden (of relaties) voor meer dan € 227 (exclusief btw) in een jaar heeft bevoordeeld Met ingang van 1 januari 2024 mag het bedrag van een te betalen eigen bijdrage voor personeelsverstrekkingen, relatiegeschenken of andere giften niet meer in mindering worden gebracht op het totaal van de uitgaven dat wordt getoetst aan het drempelbedrag van het BUA. Overleg voor de gevolgen met uw adviseur.

1.27 Vraag BTW van niet-betalende debiteuren terug

Weet u zeker dat klanten uw facturen niet meer zullen betalen? Dan kunt u de btw terugvragen, die u op die facturen in rekening heeft gebracht en afgedragen aan de Belastingdienst. Dit kunt u in ieder geval doen als de factuur een jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum nog niet is betaald. Bent u geen betalingstermijn overeengekomen? Dan geldt een betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant. U kunt de btw die u niet ontvangt in uw normale aangifte omzetbelasting terugvragen.

1.28 Corrigeer btw privégebruik auto in laatste aangifte 2025

De in 2025 aan u of uw bv gefactureerde btw voor aanschaf, onderhoud of gebruik van een zakelijke auto waarin u of uw werknemer rijdt, is aftrekbaar als voorbelasting mits u of uw bv belaste omzet heeft. Wel dient er in de laatste aangifte van het jaar een correctie te worden aangegeven als deze auto ook privé wordt gebruikt. Deze correctie kunt u baseren op de verhouding tussen privé kilometers en zakelijk kilometers. Als er geen kilometeradministratie is bijgehouden dan kunt u uitgaan van een correctie van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en bpm) of 1,5% voor auto’s die zonder btw zijn aangekocht (marge-auto’s) of auto’s die bij u langer dan 5 jaar in gebruik zijn.

Let op!
Voor de omzetbelasting geldt woon-werkverkeer als privégebruik tenzij u met de auto naar wisselende werkplaatsen moet reizen.

1.29 Let op toepassing juiste btw-percentage

De eerder aangekondigde verhoging van het btw-tarief op cultuur, media en sport gaat niet door. Wel gaat vanaf 2026 het hoge btw-tarief gelden voor het verstrekken van logies, zoals overnachtingen in hotels, vakantiewoningen, B&B’s en pensions. Onder het verstrekken van logies valt niet het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsverblijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden.

Let op!
Er geldt nu al overgangsrecht voor vooruitbetalingen dit jaar voor overnachtingen in 2026. Voor deze vooruitbetalingen moet nu al het hoge btw-tarief van 21% worden berekend.

1.30 Zorg voor liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening

Verwacht u dat uw onderneming in 2025 een verlies lijdt, terwijl u wel een voorlopige aanslag 2025 hebt betaald? Dien dan een verzoek in om vermindering van uw voorlopige aanslag 2025. Daarmee voorkomt u namelijk dat u te veel belasting vooruitbetaalt. U heeft dan meer geld beschikbaar voor uw ondernemingsactiviteiten.

Als het boekjaar voorbij is en uw aangifte is ingediend, kunt u ook een verzoek doen om een voorlopige verliesverrekening. Het voordeel daarvan is dat u alvast 80% van het verlies kunt verrekenen met winsten uit eerdere jaren. U krijgt dan sneller geld terug. Vraag dus snel een voorlopige verliesverrekening aan.

Let op!
De voorlopige verliesverrekening wordt later verrekend met de definitieve verliesverrekening. De voorlopige verliesverrekening leidt dus eerder tot meer liquiditeit, maar niet tot een hoger bedrag.

1.31 Bewaartermijnen: controleer uw administratie

U bent verplicht om uw administratie minimaal 7 jaar te bewaren. In sommige situaties is de bewaartermijn nog langer. Denk bijvoorbeeld aan de gegevens van onroerende zaken waarvoor een herzieningstermijn van 10 jaar geldt. Daarvoor is de bewaartermijn langer. Controleer dus goed of u uw gegevens wel goed bewaart.

Is de bewaartermijn voorbij? Dan kunt u alles vernietigen. Let er daarbij op dat er geen privacygevoelige informatie naar buiten komt.

1.32 Versoepeling bijzondere betalingsregeling (corona)belastingschulden

Veel ondernemers zijn bezig met het terugbetalen van de coronabelastingschulden. Heeft u moeite met aflossen van deze coronabelastingschulden? Dan kunt u de Belastingdienst verzoeken om de betalingsregeling te versoepelen. U kunt onder voorwaarden verzoeken om betaling in kwartaaltermijnen in plaats van maandtermijnen, om een betaalpauze van maximaal zes aaneengesloten maanden of twee aaneengesloten kwartalen, om verlenging van de terugbetalingsperiode naar 7 jaar in plaats van 5 jaar, of om een combinatie van deze versoepelingen. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden en voorwaarden.

Let op!
Versoepelen van de betalingsregeling heeft gevolgen voor de te betalen invorderingsrente. De invorderingsrente bedraagt vanaf 1 juli 2022 1%, vanaf 1 januari 2023 2%, vanaf 1 juli 2023 3% en vanaf 1 januari 2024 4%.

1.33 Profiteer dit jaar nog van de ISDE

Als u in 2026 het voornemen heeft om zakelijk te investeren in warmtepomp, zonneboiler en/of kleinschalige windturbines, kunt u wellicht deze investeringen naar voren halen om dit jaar nog te profiteren van de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Overigens blijft deze regeling ook in 2026 beschikbaar. Raadpleeg uw adviseur voor de mogelijkheden.

Let op!
Voor zakelijke gebruikers gelden er bij de ISDE andere aanvraagstappen dan voor particuliere gebruikers. De belangrijkste is dat u eerst subsidie aanvraagt en dan pas een overeenkomst sluit met een uitvoerder.

1.34 Voorkom boetes in verband met schijnzelfstandigheid

Vanaf 2025 is er een einde gekomen aan het handhavingsmoratorium. Dit houdt in dat de Belastingdienst weer is gaan handhaven op schijnzelfstandigheid, ook als geen sprake is van opzet of kwader trouw. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de (wettelijke) regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. De Belastingdienst kan met terugwerkende kracht naar 1 januari 2025 correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes opleggen als blijkt dat een zzp’er toch voldoet aan de criteria van een arbeidsverhouding. Daarbij geldt een overgangsperiode van één jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Deze zogenoemde ‘zachte landing’ wordt volgend jaar niet voortgezet. Dit betekent dat de Belastingdienst vanaf 2026 boetes kan gaan opleggen als ten onrechte wordt gewerkt met een overeenkomst van opdracht terwijl feitelijk sprake is van een arbeidsrelatie. Dit geldt dan ook als er geen sprake is van opzet of kwader trouw.

De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen modelovereenkomsten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers meer. Goedgekeurde overeenkomsten die op 6 september 2024 nog geldig waren, mag u nog gebruiken tot en met 31 december 2029.

Let op!
De motivatie van de Belastingdienst voor het stoppen met werken met modelovereenkomsten is dat de ervaring leert dat een arbeidsrelatie in de praktijk vaak niet overeenkomt met de afspraken in de modelovereenkomst. In het algemeen geldt, mede daarom, dat niet de bepalingen uit de overeenkomst leidend zijn, maar wel hoe in de praktijk wordt gewerkt. De wijze van daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden is doorslaggevend of al dan niet sprake is van werknemerschap of zelfstandigheid van de opdrachtnemer.

Tip!
Beoordeel de arbeidsrelatie met al uw zzp’ers kritisch. Raadpleeg uw adviseur.

1.35 Denk aan de Bedrijfsopvolgingsregeling

Op dit momenten gelden er faciliteiten bij schenking en overlijden van personen met een eenmanszaak of met aandelen in een bv waarin een onderneming zit. De inkomstenbelastingclaim kan worden doorgeschoven en er geldt een voorwaardelijke vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting. Heeft u al het voornemen om de onderneming binnen afzienbare tijd te schenken? Houdt dan rekening met onlangs doorgevoerde en nog komende wijzigingen in deze fiscale regelingen. Met ingang van 2026 worden de regelingen voor bedrijfsopvolging opnieuw gewijzigd Zo wordt de regeling rond (cumulatief) preferente aandelen aangepast. Verder geldt er met ingang van 1 januari 2025 een voortzettingseis van drie jaar in de schenk- en erfbelasting. De regelingen voor de bedrijfsopvolging zijn ingewikkeld en zijn in de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

1.36 Bereidt u voor op de CBAM

Met Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) wil de EU-producenten buiten de EU belasten op koolstofemissies tijdens de productie van goederen die in de EU worden ingevoerd. CBAM is dus EU-wetgeving die de stikstof-uitstoot van geïmporteerde goederen belast. De regelgeving is buitengewoon ingewikkeld zodat, als u hiermee te maken hebt, aangeraden wordt om hiervoor een specialist te raadplegen.

1.37 Denk aan VAT in digital age (VIDA)

De komende jaren wordt het landschap in de omzetbelasting ingrijpend gewijzigd. Zo zal er een (real-time) digitale rapportage voor grensoverschrijdende handel, op basis van e-facturering worden ingevoerd. Voor Nederland moet dit gedeelte van het Wetsvoorstel op 1 juli 2030 in werking treden. Voor Nederland is dit dus nog ver weg. Andere Lidstaten van de Europese Unie zijn al veel verder. In België is bijvoorbeeld vanaf 1 januari 2026 e-facturering verplicht. In Duitsland is de acceptatie van e-facturen al verplicht en vanaf 1 januari 2027 zal ook het verplicht versturen van e-facturen gefaseerd worden ingevoerd. Dit raakt ook Nederlandse bedrijven, met name indien zij in een Lidstaat van de Europese Unie prestaties verrichten vanuit een in die Lidstaat gevestigde rechtspersoon of vaste inrichting. Zij zullen hun factureringssystemen moeten aanpassen aan de nieuwe VIDA regels.

Er komen bijgewerkte regels voor de platformeconomie. Volgens de nieuwe regels zullen platforms die diensten in de sectoren personenvervoer – denk aan bijvoorbeeld Über – en korte termijn accommodatie – denk aan bijvoorbeeld AirBnB – faciliteren, verantwoordelijk worden voor het innen en afdragen van btw aan de belastingautoriteiten wanneer hun gebruikers dat niet doen, bijvoorbeeld omdat zij een klein bedrijf of individuele aanbieders zijn. Voor de platformeconomie is er inmiddels een wetsvoorstel ter internetconsultatie voorgelegd.

Verdere uitbouw van de één btw-registratie. Voortbouwend op het reeds bestaande “btw-éénloketsysteem” (OSS) voor e-handel, zouden de voorstellen meer bedrijven die aan consumenten in een ander EU-land verkopen, in staat moeten stellen hun btw-verplichtingen na te komen via een onlineportaal in één EU-land. Verdere maatregelen ter verbetering van de inning van de btw omvatten het verplicht stellen van het “éénloketsysteem voor de invoer” (IOSS) voor bepaalde platforms die de verkoop door buiten de EU gevestigde personen aan consumenten in de EU vergemakkelijken. Voor deze regelgeving wordt er naar verwachting in 2026 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gezonden.

Tip!
Laat u over bovenstaande punten adviseren door uw adviseur.

1.38 Bereidt u voor op DAC8 als u cryptodienstverlener bent

Op 1 januari 2026 treedt DAC8 in werking. Dit is een richtlijn die cryptodienstverleners (brokers, exchanges en aanbieders van digitale wallets) verplicht om klantgegevens en transacties vast te leggen, te controleren en te rapporteren. Als u of uw bv onder deze regeling valt, dan moet u uiterlijk 31 januari 2027 gegevens van uw cliënten, zoals naam, adres, fiscaalnummer / bsn melden alsook de uitgevoerde transacties.

2. IB ondernemers

2.1 Zorg voor een urenadministratie!

Het urencriterium is de sleutel tot vele fiscale tegemoetkomingen voor IB-ondernemers. Denk aan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk en de meewerkaftrek. U moet aannemelijk maken dat u in een kalenderjaar ten minste 1.225 uur aan de onderneming hebt besteed. Als u geen startende ondernemer (meer) bent en u verricht naast werk voor uw onderneming nog andere werkzaamheden (in of buiten dienstbetrekking), dan moet u ook aannemelijk maken dat meer dan de helft van de voor werkzaamheden beschikbare tijd is besteed aan uw onderneming.

Tip!
Bent u startende ondernemer, houd al uw werkzaamheden inclusief tijdsbesteding voor uw onderneming nauwkeurig bij en raadpleeg op tijd uw adviseur.

Let op!
Vanaf ingang 1 januari 2023 wordt de zelfstandigenaftrek jaarlijks verlaagd. De zelfstandigenaftrek bedraagt in:

20232024202520262027
€ 5.030€ 3.750€ 2.470€ 1.200€ 900

De startersaftrek blijft ongewijzigd.

2.2 Afstorten van de oudedagsreserve en/of stakingswinst ter vermindering van box 3-heffing

Als u dit jaar in privé van plan bent om uw oudedagsvoorziening aan te vullen door middel van het afstorten van de oudedagsreserve en/of stakingswinst in banksparen of een lijfrenteproduct, doe dit dan voor 1 januari 2026. Hiermee verlaagt u uw vermogen in box 3, waardoor de box 3-heffing waarschijnlijk lager wordt.

Tip!
laat uw RB berekenen wat het fiscale maximum is van het af te storten bedrag.

Tip!:
de afstorting dient niet alleen administratief plaats te vinden, maar moet ook daadwerkelijk betaald worden. Zorg voor voldoende liquiditeit in de onderneming.

2.3 Afstorten van de oudedagsreserve in lagere winstjaren

Als u dit jaar een lage winst verwacht en u heeft liquiditeiten, dan kunt u de oudedagsreserve afstorten in een bankspaar- of lijfrenteproduct. Dit leidt tot een (gedeeltelijke) vrijval van de oudedagsreserve. Deze vrijval wordt door de mkb-winstvrijstelling tegen een lager tarief belast dan de lijfrenteaftrek. Daarnaast wordt de fiscale ondernemingswinst met de vrijval van de oudedagsreserve hoger. Hierdoor wordt mogelijk ook de arbeidskorting hoger en bespaart u extra inkomstenbelasting. Overleg met uw RB of dit voor u voordelig is.

2.4 Kies voor een zakelijke beloning voor uw meewerkende partner

Als uw partner meewerkt in uw onderneming, is het reëel om daarvoor een adequate beloning toe te kennen. U heeft de keuze uit vier mogelijkheden, te weten: u kunt een man/vrouwfirma aangaan, u kunt een dienstbetrekking met uw partner aangaan, een reële arbeidsbeloning overeenkomen of kiezen voor de meewerkaftrek.

Voor een civielrechtelijke dienstbetrekking met uw partner is vereist dat er sprake is van een gezagsverhouding uit hoofde van de dienstbetrekking. Bij zo’n dienstbetrekking kunt u gebruik maken van faciliteiten in de loonbelasting. Kiest u ervoor om uw partner een reële arbeidsbeloning toe te kennen? Dan kunt u deze vergoeding als arbeidskosten ten laste van de winst brengen. Vereist is dan wel dat die vergoeding € 5.000 of meer bedraagt en ook daadwerkelijk betaald wordt.

U kunt de meewerkaftrek toepassen als u als ondernemer winst geniet, aan het urencriterium voldoet en uw partner in het kalenderjaar minimaal 525 uren arbeid in uw onderneming verricht zonder daarvoor enige vergoeding te ontvangen die u ten laste van uw winst kunt brengen. De aftrek bedraagt een percentage van de winst oplopend van 1,25% tot maximaal 4%, afhankelijk van het aantal uren dat uw partner meewerkt. In tegenstelling tot de dienstbetrekking en de arbeidsbeloning van € 5.000 of meer, is uw partner geen belasting verschuldigd over de door u geclaimde meewerkaftrek.

De keuze voor een dienstbetrekking, een reële arbeidsbeloning of de meewerkaftrek wordt bepaald door de feitelijke situatie. Laat uw RB nog voor het einde van het jaar nagaan welke mogelijkheid voor u en uw partner de beste is.

Let op!
De meewerkaftrek is in 2025 slechts aftrekbaar tegen maximaal 37,48% en in 2026 tegen maximaal 37,56%.

2.5 Sluit een arbeidsongeschiktheidsverzekering af in een gunstig jaar

Op Prinsjesdag 2024 is bekend gemaakt dat het huidige kabinet er naar streeft om de basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen verplicht te stellen voor ondernemers in 2027. De premie is fiscaal aftrekbaar. Overleg met uw adviseur of het voordelig is om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

2.6 Voorkom belastingrente en verzoek om een voorlopige aanslag

Over de aanslag inkomstenbelasting 2025 rekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2026 een rente van nu nog 6,5% over het op dat moment vast te stellen belastbaar bedrag voor zover daarvoor nog geen voorlopige aanslag is opgelegd. Deze belastingrente kan voorkomen worden door tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen, waarin u de winst en overig inkomen over 2025 zo goed mogelijk inschat. Controleer dus of een opgelegde voorlopige aanslag juist is. Is de aanslag te laag, vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan.

Tip!
Als u gebruik wilt maken van de momenteel lopende massaal bezwaar procedures tegen het percentage van de belastingrente, moet u eerst een bezwaarschrift (laten) indienen. Voor voorlopige aanslagen moet u eerst een verzoek om herziening indienen. Deze verzoeken lopen niet mee in de massaal bezwaar procedure. Vraag uw adviseur.

3. Ondernemers met een BV

3.1 Tweeschijventarief aanmerkelijk belang 2024

Over de eerste € 67.804 betaalt u dan 24,5% belasting, daarboven 31%. Wanneer u een fiscale partner hebt, kunt u € 135.608 tegen 24,5% dividend uitkeren. Denk aan dividend uit uw bv of de verkoop van de aandelen van uw bv. Let er wel op dat dividend vanaf 2025 invloed heeft op de hoogte van de algemene heffingskorting. Overleg daarom tijdig met uw RB als u plannen heeft om in de toekomst dividend uit te keren of uw aandelen te verkopen.

Tip!
Wellicht kan het naar voren halen of juist het uitstellen van een dividenduitkering naar volgend jaar fiscaal voordelig zijn. Raadpleeg op tijd uw adviseur.

3.2 Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet excessief lenen bij de eigen bv ingevoerd. Op peildatum 31 december toetst de Belastingdienst of u fiscaal te veel heeft geleend bij uw eigen bv. Heeft u op 31 december 2025 samen met uw partner of hebben met u verbonden personen meer dan € 500.000 geleend van uw bv? Dan wordt het meerdere aangemerkt als fictief inkomen in box 2. Een schuld aan de bv in verband met een eigen woning wordt onder voorwaarden buiten beschouwing gelaten. Neem over de gevolgen van deze wet tijdig contact op met uw adviseur.

Let op!
Op dit moment is onduidelijk of de wet excessief lenen in strijd is met Europees recht. Wellicht is het zinvol om bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag waarin het fictieve inkomen vanwege excessief lenen is opgenomen. Overleg met uw adviseur of bezwaar maken tegen excessief lenen zinvol is!

3.3 Benut de algemene heffingskorting van uw partner

Wanneer uw partner geboren is na 31 december 1962, wordt de algemene heffingskorting niet aan de partner uitbetaald als de partner in 2025 geen inkomsten heeft. Laat daarom de algemene heffingskorting van 2025 (€ 3.068) niet liggen en laat uw bv in 2025 een dividend van € 12.522 uitkeren. In de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2025 wordt deze dividenduitkering als inkomen in box 2 toegerekend aan de partner. De partner is hierover 24,5% belasting (€ 3.068) verschuldigd, welke verrekend kan worden met de algemene heffingskorting van € 3.068. Dit betekent dat de dividenduitkering in 2025 van € 12.522 belastingvrij wordt ontvangen. Vraag uw adviseur om advies.

3.4 Let op met uitkeren van dividend

Keert uw bv dividend uit, dan betaalt u daar in box 2 belasting over. Op dit moment betaalt u over dat dividend 24,5% of 31% belasting. U kunt de ontvangen bedragen bijvoorbeeld gebruiken voor het aflossen van privéschulden, privé-uitgaven of het verminderen van een lening of rekening courant met uw bv. Als u het dividend niet gebruikt voor het aflossen van leningen, maar op uw spaarrekening laat staan, kan dat gevolgen hebben voor de te betalen belasting in box 3 en voor uw heffingskortingen. Vraag uw adviseur om advies.

Tip!
Wellicht kan het naar voren halen of juist het uitstellen van een dividenduitkering naar volgend jaar fiscaal voordelig zijn. Raadpleeg op tijd uw adviseur.

3.5 Beoordeel uw gebruikelijk loon

Bent u directeur grootaandeelhouder (dga)? Dan wordt u geacht ten minste een ‘gebruikelijk’ loon te hebben. U kunt dit loon zelf vaststellen. Uw gebruikelijk loon is in 2025 ten minste gelijk aan het hoogste van de drie volgende bedragen:

  • 100% van het loon uit de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’;
  • het hoogste loon van de overige werknemers binnen de onderneming of daarmee verbonden lichamen;
  • € 56.000.

Soms mag u een lager gebruikelijk loon hanteren dan € 56.000. Bijvoorbeeld als u slechts in deeltijd werkt voor uw bv. U moet dan wel kunnen aantonen dat u daadwerkelijk minder dan 40 uur per week werkt en dat het evenredig deel van het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking of het hoogste loon van uw werknemer lager is dan € 56.000.

Tip!
Laat u hierover adviseren door uw adviseur.

3.6 Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon

Drijft u uw onderneming via een bv en wilt u dit jaar uzelf nog een bonus uitkeren? Door dividend uit te keren in plaats van een bonus, kunt u wellicht belasting besparen. Vraag uw adviseur om advies.

Let op!
Voor het uitbetalen van dividend moeten wel een balanstest en een uitkeringstoets worden gedaan. Ga dit altijd na.

3.7 Niet te verrekenen AB-verlies: vraag om omzetting in korting

Heeft u, de dga en uw partner geen aanmerkelijk belang meer, maar nog wel niet verrekende verliezen uit aanmerkelijk belang? Vraag de Belastingdienst dan om het nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting van 24,5% (2025) van het bedrag van dit verlies. Neem voor meer informatie contact op met uw adviseur.

3.8 Liquidatie van een deelneming: pak het verlies

Als de bv een deelneming – een dochtervennootschap – liquideert, is het liquidatieverlies onder voorwaarden aftrekbaar: de deelnemingsvrijstelling is niet van toepassing op een liquidatieverlies. Het liquidatieverlies kan pas in aanmerking worden genomen als de vereffening van de dochtervennootschap is voltooid. Als uw bv nog in 2025 een liquidatieverlies wil nemen, zorg dan dat de vereffening nog in 2025 helemaal is afgerond. Kunt u het verlies fiscaal beter in een volgend jaar gebruiken? Wacht dan met het voltooien van de vereffening, dan blijft het fiscaal verlies langer verrekenbaar.

Let op!
U kunt het liquidatieverlies alleen in aanmerking nemen als u vereffent binnen 3 jaar na het kalenderjaar waarin de onderneming van de bv is gestaakt.

3.9 Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel

Heeft u meerdere besloten vennootschappen, dan moet u voor elke vennootschap een aangifte vennootschapsbelasting indienen. Dat verandert als u verzoekt om besloten vennootschappen samen op te nemen in een fiscale eenheid. Dan hoeft er nog maar één aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend. Ook zijn dan de meeste onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet meer relevant. Daardoor hoeft u over de winst op deze transacties geen belasting te betalen.

Bovendien kunnen verliezen van de ene vennootschap worden verrekend met de winsten van de andere vennootschap.

Let op!
Voor de verrekening van voorvoegingsverliezen gelden speciale regels. Raadpleeg uw adviseur.

Om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aan te kunnen gaan, moet voldaan worden aan een aantal vereisten. Zo moet de moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen bezitten.

Of het voordelig is om een fiscale eenheid voor de Vpb aan te gaan, is onder meer afhankelijk van het resultaat van de diverse vennootschappen. Houd er hierbij rekening mee dat vanaf een belastbaar bedrag van € 200.000 een tarief in de Vpb geldt van 25,8% in plaats van 19%. Raadpleeg uw adviseur.

Tip!
Binnen een fiscale eenheid vennootschapsbelasting moeten de maatschappijen de verschuldigde vennootschapsbelasting verdelen. Zorg daarom voor een overeenkomst waarin de verrekening van deze vennootschapsbelasting goed is vastgelegd.

Let op!
Raadpleeg uw adviseur of een fiscale eenheid voordelig kan zijn. Wilt u met ingang van 1 januari 2026 een fiscale eenheid aangaan, dan moet voor 1 april 2026 een verzoek worden ingediend.

3.10 Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen

Heeft u een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting? Dan kan deze veel voordelen bieden. Een fiscale eenheid kan echter ook nadelen hebben. Alle vennootschappen zijn namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid. Dit nadeel kunt u voor toekomstige schulden voorkomen door de fiscale eenheid te verbreken.

Een verzoek om de fiscale eenheid te verbreken moet worden gedaan vóór het gewenste moment van verbreking. Dus als u de fiscale eenheid per 1 januari 2026 wilt verbreken, dan moet u het verzoek uiterlijk op 31 december 2025 hebben gedaan. Ook hier geldt dat de hoogte van het belastbaar bedrag van de fiscale eenheid van invloed kan zijn op de keuze om de fiscale eenheid wel of niet te verbreken. Wanneer in de afgelopen zes jaren (im)materiële vaste activa binnen fiscale eenheid zijn overgedragen van de ene vennootschap naar de andere vennootschap, dan kan de verbreking tot winst leiden. Raadpleeg uw adviseur.

3.11 Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw

Bestaat uw onderneming uit meerdere bv’s die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen? En verkoopt u een van die bv’s? Dan verbreekt deze fiscale eenheid. U moet dat wel melden bij de Belastingdienst, anders blijven de overgebleven bv’s aansprakelijk voor de btw-schulden van de verkochte bv en ook voor de btw-schulden van de verkochte bv die ná de verkoop van de aandelen ontstaan.

3.12 Profiteer van het lage VPB-tarief!

Houd de winst van uw bv onder € 200.000 om te profiteren van het lage VPB-tarief van 19%. Haal kosten naar voren en stel opbrengsten uit om vennootschapsbelasting te besparen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen of van vervroegd afschrijven. Overleg met uw adviseur of dit voor u mogelijk is.

3.13 Overweeg verbreking fiscale eenheid btw

Het kan zijn dat uw onderneming in zwaar weer zit. Draait een van uw werkmaatschappijen slecht? Vreest u dat die dochtervennootschap het niet gaat redden?

Als uw holding met die werkmaatschappij een fiscale eenheid voor de btw vormt, kunt u overwegen om die eenheid te verbreken. Als uw werkmaatschappij het niet redt, moet uw holding namelijk opdraaien voor de btw-schuld van de werkmaatschappij. U zult het verbreken van de fiscale eenheid voor de omzetbelasting wel schriftelijk moeten melden bij de Belastingdienst. Anders blijven de diverse onderdelen van de oude fiscale eenheid aansprakelijk voor elkaars omzetbelastingschulden. Zie ook paragraaf 3.11 hierboven.

Let op!
De verbreking van de fiscale eenheid btw vergt een ingreep in de feitelijke verhoudingen. Overleg met uw RB of dat wenselijk is en hoe u dat in uw situatie het beste kunt aanpakken.

3.14 Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe

Drijft u een onderneming via een bv? Dan kunt u misschien de innovatiebox toepassen. Winst die uw onderneming behaalt met innovatieve activiteiten, wordt dan slechts tegen een tarief van 9% belast. Er zijn ook andere fiscale stimuleringsmaatregelen die (veel) liquiditeiten kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-regeling).

Voor het gebruik maken van deze regelingen gelden vaak termijnen. Overleg met uw adviseur.

3.15 Meld betalingsonmacht tijdig

Kan uw bv de verschuldigde loonheffing en/of omzetbelasting niet op tijd betalen? Zorg er dan voor dat u als bestuurder van de bv die betalingsonmacht tijdig meldt bij de Belastingdienst. Doet u dat niet, dan kunt u als bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de bv. De melding moet snel gebeuren: over het algemeen binnen twee weken nadat de bv de belasting had moeten betalen.

Let op!
De Hoge Raad heeft in 2023 prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie gesteld of de Nederlandse regeling voor melding van betalingsonmacht voor de btw niet onredelijk bezwarend is. De Hoge Raad heeft in 2025 naar aanleiding van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie op de prejudiciële vragen geoordeeld dat er geen sprake is van onverenigbaarheid met Europese regelgeving.

Tip!
Mogelijk is het een optie om te verzoeken om versoepeling van de betalingsregeling voor (corona)belastingschuld.

Let op!
Neem bij liquiditeitsproblemen zo snel mogelijk contact op met uw adviseur om te bespreken of, wanneer en hoe een melding moet worden gedaan.

3.16 Check de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2025

De regels over belastingrente zijn streng. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente die u aan de Belastingdienst moet betalen erg hoog. Voor alle belastingen geldt vanaf 2025 het tarief van 6,5% (afhankelijk van de ECB-rente), met uitzondering van de vennootschapsbelasting waarvoor 9% (afhankelijk van de ECB-rente) geldt. U moet dus kritisch zijn op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf. Heeft uw bv in 2025 beter gedraaid dan u dacht? Blijkt uit de (voorlopige) cijfers dat de bv over 2025 vennootschapsbelasting moet bijbetalen? Vraag dan om een aanpassing van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2025. Hiermee kunt u belastingrente voorkomen.

Indien u bezwaar wilt aantekenen tegen de belastingrente dan kunt u contact opnemen met de belastingadviseurs van AAme.

Tip!
Er lopen momenteel massaal bezwaar procedures tegen het percentage van de belastingrente. Als u daar gebruik van wilt maken, zult u wel eerst een bezwaarschrift moeten (laten) indienen. Voor voorlopige aanslagen moet u eerst een verzoek om herziening indienen. Deze verzoeken lopen niet mee in de massaal bezwaar procedure. Vraag uw adviseur.

Let op!
Belastingrente voorkomt u door vóór 1 mei 2026 een verzoek om een voorlopige aanslag over 2025 in te dienen, of de aangifte vennootschapsbelasting over 2025 vóór 1 juni 2026 in te dienen.

3.17 Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op

De laatste jaren heeft de Belastingdienst veel aandacht voor leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening kan sprake zijn als er geen aflossingsschema is overeengekomen of als aan de schuldeiser onvoldoende zekerheden zijn verstrekt. Is sprake van een onzakelijke lening, dan is een verlies op die lening niet aftrekbaar van de winst. Om te voorkomen dat een lening onzakelijk is, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorg dat u goede afspraken maakt over de te betalen rente en aflossing en over zekerheden voor de schuldeiser. Dit geldt ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder-natuurlijk persoon.

3.18 Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd

De dga en de bv worden nogal eens als één gezien. Strikt genomen is dat natuurlijk niet zo. Dat betekent dat alle overeenkomsten tussen de bv en de dga schriftelijk moeten worden vastgelegd. Ga daarom na of dat voor alle overeenkomsten (arbeidsovereenkomst, leningsovereenkomst e.d.) is geregeld.

Tip!
Als u toch bezig bent met de schriftelijke vastlegging: controleer of uw personeelsleden allemaal een schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben. Zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst is het tarief voor de WW-premie hoger.

3.19 Rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit voor grote werkgevers

Als uw organisatie 100 of meer werknemers heeft, bent u vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van uw medewerkers. Deze rapportageverplichting is ingesteld om inzicht te krijgen over de CO2-uitstoot in Nederland, met het oog op een vermindering daarvan. Uiterlijk 30 juni 2026 dient u de gevraagde gegevens over 2025 in.

3.20 Benut de giftenaftrek vpb

In de vennootschapsbelasting bestaat een regeling voor de giftenaftrek. Deze aftrek bedraagt maximaal 50% van de winst tot een maximum van € 100.000. In beginsel kan een gift door de bv gezien worden als behoeftebevrediging van de aandeelhouder(s) natuurlijke personen. Dit zou dan leiden tot een verkapte dividenduitkering die is belast met dividendbelasting en inkomstenbelasting. Sinds 2025 worden giften boven het maximale aftrekbare bedrag belast met dividendbelasting en inkomstenbelasting bij de dga. Voor giften tot het maximale bedrag van € 100.000 was in het verleden goedgekeurd dat dit niet leidt tot een verkapte dividenduitkering. Hierover was dus geen dividend- en inkomstenbelasting verschuldigd. Het is niet zeker of deze goedkeuring nog steeds geldt. Vooroverleg met de Belastingdienst is hier raadzaam.

Tip!
Overweegt u een gift aan een ANBI te doen vanuit de bv boven het maximaal aftrekbare bedrag? Overweeg dan de gift te vervangen voor een bedrag aan sponsoring of reclame. Dergelijke uitgaven waar een tegenprestatie tegenover staat, zijn onder voorwaarden geen gift en daarom gewoon aftrekbaar van de winst. Houd er hierbij rekening mee dat de ontvanger van de sponsoring of reclame mogelijk omzetbelasting is verschuldigd. Dit is nadelig voor u indien u de omzetbelasting niet in aftrek kunt brengen.

3.21 Open cv en fonds voor gemene rekening

Met ingang van 2025 is de open cv (commanditaire vennootschap) fiscaal transparant geworden en zullen fondsen voor gemene rekening over het algemeen niet meer zelfstandig belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. In beginsel leidde dit tot een verplichte overdracht inclusief fiscale afrekening van vermogensbestanddelen en een vervreemding van de deelname bij de commanditair vennoot of de deelgerechtigde tot het fonds voor gemene rekening per 31 december 2024. Door een aanpassing in het overgangsrecht hebben open fondsen voor gemene rekening (FGR) die vóór 1 januari 2025 het voornemen hadden om te herstructureren, tot en met 31 december 2025 de tijd om dit af te ronden zonder directe fiscale afrekening. Haast is dus geboden als dit is gewenst, maar nog niet voltooid, zeker omdat hierbij doorgaans een notaris wordt ingeschakeld.

3.22 Bereid FGR voor op overgangsrecht

FGR’s (Fonds voor gemene rekening) die tot 2024 fiscaal transparant waren kunnen er tijdelijk voor kiezen om niet als belastingplichtig te worden aangemerkt. Alle participanten moeten uiterlijk 28 februari 2026 instemmen met voortzetting van het overgangsrecht. Dit voorkomt kortstondige belastingplicht in 2025 en 2026. Het overgangsrecht geldt tot uiterlijk 1 januari 2028.

3.23 Bereid organisatie voor op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden uitzendkrachten

Vanaf 1 januari 2026 krijgen alle uitzendkrachten en gedetacheerden recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als vaste medewerkers in vergelijkbare functies. Dit betekent dat niet alleen loon en toeslagen gelijk moeten zijn, maar het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden: vakantiedagen, reiskostenvergoeding, scholingsmogelijkheden, eindejaarsuitkering, bonusregelingen en andere secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden. Het bekende systeem van inlenersbeloning verdwijnt volledig. Zorg ervoor dat je volledige arbeidsvoorwaardenpakket actueel en compleet in kaart is gebracht, inclusief personeelshandboek, bedrijfsregelingen en aanvullende voorzieningen zoals sportabonnementen of fietsplannen.

3.24 Check of de sectorindeling voor 2026 klopt

Eind 2025 ontvang je van de Belastingdienst een beschikking met je sectorindeling en de bijbehorende premiepercentages voor de Werkhervattingskas (Whk) over 2026. Controleer of de ingedeelde sector overeenkomt met de activiteiten van jouw onderneming. Een onjuiste sectorindeling kan namelijk leiden tot een aanzienlijk hogere Whk-premie.

4. Particulieren

4.1 Voeg aftrekposten samen

Voor bepaalde aftrekbare kosten moet u rekening houden met een inkomensafhankelijke drempel. Dit geldt bijvoorbeeld voor uw zorgkosten en de giften aan bepaalde verenigingen en goede doelen die een anbi of steunstichting sbbi zijn. Het kan dan voordelig zijn om kosten of giften naar voren te halen of juist uit te stellen, zodat u maar één keer te maken krijgt met een drempel, in plaats van elk jaar.
Let op! Er geldt een plafond voor aftrek van giften van 10% van het verzamelinkomen vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrekposten. Komen de giften boven dat plafond uit, dan kunt u beter splitsen.

Tip!
Overweeg uw jaarlijks terugkomende giften om te zetten in een periodieke gift. Er geldt dan geen drempel. Vanaf 2025 geldt daarvoor een maximum van € 1.500.000. Uw adviseur kan u daarbij helpen.

Let op!
Contante giften zijn niet langer aftrekbaar. Betaling per bank is dus noodzakelijk.

4.2 Denk aan culturele giften

Giften aan culturele instellingen worden voor de giftenaftrek verhoogd met 25%, maar ten hoogste met € 1.250. Vanaf 2023 geldt deze maximale verhoging voor fiscale partners samen. De Belastingdienst gaat in zijn aangiftesystemen tot 2023 al uit van een maximale verhoging van € 1.250 voor partners samen.

Tip!
De Belastingdienst is in zijn aangiftesystemen tot 2023 al uitgegaan van een maximale verhoging van € 1.250 voor partners samen. Check of 25% van het bedrag van de jaarlijkse giften aan culturele instellingen van u en uw partner in de jaren 2020-2022 uitkomt boven die € 1.250. Als dat zo is dan kunt u voor die jaren de Belastingdienst alsnog vragen om uw belastingaanslag te verminderen. Dat kan door een ambtshalve verzoek om vermindering, of als de belastingaanslag korter dan zes weken geleden is opgelegd, door middel van een bezwaarschrift. Doe dit over 2020 wel voor 31 december 2025. Het verzoek moet uiterlijk op 31 december 2025 door de Belastingdienst ontvangen zijn.

4.3 Betaal premies voor lijfrenten op tijd

Heeft u een extra pensioenpotje nodig voor uw oude dag, dan is een lijfrente misschien een goede optie. Met een lijfrente kunt u sparen voor extra inkomen naast of in plaats van pensioen. U kunt hiervoor gebruik maken van hetzij een lijfrenteverzekering hetzij banksparen. De betaalde premie of inleg mag u aftrekken. Wilt u de premies aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting 2025, dan moet u de lijfrentepremie of inleg wel vóór 31 december 2025 betalen.

Let op!
De betaalde premie is alleen aftrekbaar als u een pensioentekort heeft. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte en reserveringsruimte. Uw adviseur kan bepalen of u een pensioentekort heeft en u informeren of de premie of inleg voor een lijfrente aftrekbaar is.

Tip!
Door nog dit jaar de premie of inleg voor lijfrente te betalen, zijn uw banktegoeden op 1 januari 2026 lager, waardoor u over 2026 wellicht ook minder belasting in box 3 betaalt. Raadpleeg uw adviseur om na te gaan of dit interessant voor u is.

4.4 Denk aan verzoek om middeling tot en met 2024

Heeft u sterk wisselende inkomsten in drie aaneengesloten jaren gehad, dan heeft u misschien nog recht op een belastingteruggave. Door het inkomen te middelen – gelijkelijk te verdelen – over die drie jaren, kunt u de nadelige werking van het progressieve tarief van de inkomstenbelasting ongedaan maken. Door de middeling wordt de belasting herrekend op basis van het gemiddelde inkomen over die drie jaren. Het verschil tussen de werkelijk geheven belasting en de herrekende belasting na middeling wordt na aftrek van een drempel terugbetaald. Voor 2024 is die drempel € 545 Middeling is alleen mogelijk over het inkomen in box 1. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

Tip!
Raadpleeg uw adviseur om na te gaan of en over welke jaren middeling voor u interessant is. U mag elk jaar maar één keer in een middelingsverzoek betrekken. Uw adviseur kan ook het verzoek voor u indienen.

Let op!
Middeling is per 1 januari 2023 afgeschaft. Het laatste tijdvak waarover nog middeling mogelijk is, betreft de jaren 2022, 2023 en 2024. Het verzoek tot middeling moet worden gedaan binnen 36 maanden nadat de laatste aanslag over de drie jaren onherroepelijk vaststaat.

4.5 Villatax: overleg met uw adviseur of bezwaar maken zinvol is

Heeft u in 2025 een eigen woning met een WOZ-waarde van meer dan € 1.330.000 (2024: € 1.310.000), dan wordt voor de waarde boven dit bedrag een verhoogd eigenwoningforfait van 2,35% in aanmerking genomen. Dit wordt de villatax genoemd. Deze villatax is mogelijk in strijd met het Europese recht. Ontvangt u een definitieve aanslag inkomstenbelasting en wordt daarbij de Villatax in aanmerking genomen? Overleg met uw adviseur of bezwaar maken zinvol is! Dit moet binnen 6 weken na dagtekening.

4.6 Voorkom de (hoge) box 3-heffing

Het heffingvrije vermogen in box 3 is per 1 januari 2025 € 57.684 (per 1 januari 2026 wordt dit verlaagd naar € 51.396!). Fiscale partners betalen tot een vermogen van € 115.368 (2026: € 102.792) geen belasting. Daarboven betaalt u 36% belasting over de inkomsten in box 3. De inkomsten in box 3 worden als volgt berekend. Eerst wordt een forfaitair inkomen berekend voor drie vermogenscategorieën: banktegoeden, beleggingen/overige bezittingen en schulden. De forfaitaire percentages voor 2025 voor banktegoeden en schulden worden pas in februari 2026(!) bekend gemaakt Op basis van voorlopige cijfers bedragen deze forfaits 1,44% voor banktegoeden en 2,62% voor schulden. Het forfaitaire percentage voor beleggingen bedraagt in 2025 5,88% (in 2026 extra verhoogd naar 7,78%). Deze forfaitaire inkomsten worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door uw totale vermogen (rendementspercentage). Dit rendementspercentage vermenigvuldigt u met uw vermogen boven uw heffingvrije vermogen. Over de zo berekende inkomsten in box 3, betaalt u in 2025 36% (2026: 36%) belasting.

Let op!
Vanaf 1 januari 2023 worden contant geld, aandeel in het VvE-reservefonds en derdengeldenrekening notaris/deurwaarders belast op grond van het forfaitaire rendement voor banktegoeden.

Tip!
De forfaitaire percentages voor beleggingen zijn hoger dan voor banktegoeden en schulden. Het kan voordelig zijn voor de heffing in box 3 om beleggingen te gebruiken om schulden af te lossen, dan wel na verkoop van beleggingen de opbrengst aan te houden als banktegoed. Doe dit dan wel vóór de peildatum van 1 januari 2026.

Let op!
In verband met antimisbruikbepalingen moet u een verlaging van de beleggingen in het laatste kwartaal van 2025 ten gunste van uw banktegoed tenminste drie maanden handhaven. Tenzij u aannemelijk kunt maken dat hieraan zakelijke motieven ten grondslag liggen. Anders worden deze transacties op de peildatum van 1 januari 2026 genegeerd.

Tip!
In 2026 mag u ook kiezen voor belastingheffing op basis van het werkelijk behaalde rendement (zie hierna). Door de stijging van het forfaitaire rendement op overige bezittingen kan dit eerder voordelig uitpakken.

4.7 Ga na of toepassing tegenbewijsregeling box 3 voordeel biedt

In de zogenaamde 6-juniarresten van 2024, heeft de Hoge Raad beslist dat het Rechtsherstel box 3 (2017-2022) en de Overbruggingswet box 3 (2023 en verder) niet door de beugel kan. De Hoge Raad vindt dat rechtsherstel geboden moet worden door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Inmiddels biedt de wet tegenbewijsregeling box 3 hiertoe de mogelijkheid. Het is voordelig hierop een beroep te doen als het totale werkelijke rendement over het jaar lager is dan het forfaitair bepaald rendement. De rekenregels voor bepaling van het werkelijke rendement zijn gegeven door de Hoge Raad. Ongerealiseerde waardestijgingen behoren bijvoorbeeld ook daartoe en kosten, uitgezonderd rente, zijn niet aftrekbaar. Daarnaast geldt dan geen rekening wordt gehouden met het heffingvrij vermogen. Raadpleeg uw adviseur om te bepalen of beroep op de Wet tegenbewijsregeling box 3 voor u zin heeft!

Let op!
Het is mogelijk om voor de jaren 2017 tot en met 2027 gebruik te maken van de tegenbewijsregeling. Voor de jaren 2017 tot en met 2020 kan dit alleen als definitieve aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én u tijdig bezwaar hebt gemaakt of tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering hebt ingediend. Het is nu nog mogelijk voor het einde van het jaar een ambtshalve verzoek in te dienen voor het jaar 2020. Een dergelijk verzoek moet namelijk binnen 5 jaar na afloop van het betreffende aangiftejaar door de Belastingdienst ontvangen zijn. Neem hiervoor contact op met uw adviseur.

Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling moet u verplicht het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) gebruiken. De Belastingdienst verstuurt sinds juli 2025 gefaseerd brieven om belastingplichtigen per jaar te informeren of het formulier mag worden ingediend. Ontvangt u zo’n brief? Neem dan zo snel mogelijk contact op met uw adviseur! In sommige gevallen is de reactietermijn namelijk maar twaalf weken! In bepaalde gevallen is uitstel hiervoor mogelijk.

Tip!
Als het werkelijk rendement in box 3 voor een bepaald jaar hoger is dan het forfaitaire rendement dan hoeft u niets te doen en geldt het lagere forfaitaire rendement. Dit is ook het geval als u voor een ander jaar wel kiest voor toepassing van het werkelijke rendement. U kunt de keuze jaarlijks maken.

4.8 Kies in 2026 nog voor groene beleggingen

Heeft u vermogen in box 3 waarover u inkomstenbelasting moet betalen? Kijk dan ook eens of het voordelig is om te investeren in groene beleggingen. In 2026 geldt namelijk nog een vrijstelling voor groene beleggingen in box 3. Op 1 januari van het jaar (peildatum) bedraagt in 2026 deze vrijstelling maximaal € 26.715 per persoon (€ 53.430 voor fiscale partners). Overigens bedroeg de vrijstelling voor op 1 januari 2025 aanwezige groene beleggingen € 26.312 per persoon. De heffingskorting voor groene beleggingen bedraagt over 2025 en 2026 in beide jaren slechts 0,1% over de vrijstelling.

Let op!
De speciale regeling in box 3 voor groene beleggingen zou aanvankelijk per 2027 worden afgeschaft, dat wordt nu 2028. Wel geldt in 2027 nog slechts een vrijstelling van € 200.

4.9 Doe grotere privé-uitgaven nog dit jaar!

Als op dit moment uw vermogen in box 3 meer bedraagt dan het heffingsvrij vermogen en u hebt dit vermogen deels liquide, overweeg dan om nog dit jaar in privé nog een (nieuwe) auto, boot, caravan, juwelen etc. of een nieuwe inboedel voor uw huis te kopen. Dergelijke bezittingen voor persoonlijk gebruik behoren namelijk niet tot de grondslag voor de vermogensrendements-heffing. Dat betekent dat als u een aankoop voor bijvoorbeeld € 50.000 nog dit jaar afwikkelt, uw vermogen in box 3 op 1 januari 2026 met € 50.000 is verminderd, terwijl u de waarde van verkregen auto of inboedel niet in box 3 hoeft aan te geven. Mogelijk blijft u daarmee binnen het belastingvrije vermogen. Dat bespaart belasting in box 3. Raadpleeg uw adviseur voor de mogelijkheden.

4.10 Los kleine schulden en/of belastingschulden nog dit jaar af

Schulden verlagen de heffingsgrondslag in box 3 alleen voor het bedrag boven de schuldendrempel. Voor 2026 geldt per fiscale partner waarschijnlijk weer een drempel van ongeveer € 3.800 per persoon. Als uw vermogen hoog genoeg is dat u belasting in box 3 betaalt en u in totaal een gering bedrag aan schulden hebt die u in box 3 kunt aangeven, dan is het aan te raden deze schulden af te lossen. Door deze kleine schulden voor de peildatum van 1 januari 2026 af te lossen vermindert u uw belaste banktegoed. En aangezien u die kleine schuld toch niet kunt aftrekken, mist u ook geen aftrekpost.

Openstaande belastingschulden tellen niet mee als schuld in box 3, uitgezonderd erfbelastingschulden. Door de openstaande belastingschulden voor 1 januari 2026 uit uw privévermogen te betalen, wordt dit geld niet meer als belast banktegoed in box 3 in 2026 meegenomen.

4.11 Koop of verkoop eigen woning en de belastingheffing in box 3: vóór of na 31 december 2025?

Als u uw eigen woning binnenkort gaat verkopen, is het voordelig om de eigendomsoverdracht uit te stellen tot ná de jaarwisseling als u nog geen andere eigen woning heeft gekocht waarvoor u de verkoopopbrengst van uw huidige woning wilt aanwenden. Als u uw woning dit jaar nog verkoopt en notarieel levert, behoort de opbrengst tot het vermogen in box 3. Door pas ná de jaarwisseling uw woning te leveren, blijft deze per 1 januari 2026 buiten aanmerking voor de vermogensrendementsheffing.
Als u een eigen woning wilt gaan kopen en dat huis voor een flink bedrag met eigen vermogen wilt betalen, geldt het omgekeerde. In dat geval gaat uw vermogen in box 3 over naar box 1, waardoor het juist gunstig is om nog vóór de jaarwisseling de woning te laten leveren.

4.12 Stel de aankoop van de eerste eigen woning uit tot 2026

Als u dit jaar uw (eerste) eigen woning gaat kopen dan kan het voor een starter fiscaal voordelig zijn om de notariële levering naar 2026 uit te stellen.
Per 1 januari 2026 wordt namelijk de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting verhoogd van € 525.000 (2025) naar € 555.000. Indien de aankoop van uw (eerste) eigen woning tussen € 525.000 en € 555.000 ligt, dan kan de starter met het uitstellen van de notariële levering naar 2026 2% overdrachtsbelasting besparen. Om in aanmerking te komen voor de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting gelden de volgende voorwaarden:

  • De koper van de eigen woning is tenminste 18 jaar, maar nog geen 35 jaar oud;
  • De totale waarde van de eigen woning bedraagt voor 2025 maximaal
    € 525.000 (2025: € 555.000);
  • De koper van de eigen woning heeft niet eerder de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting gebruikt.

De verkrijging van de economische eigendom van een woning is vanaf 2025 niet meer uitgesloten van het 2%-tarief of van de startersvrijstelling. De startersvrijstelling kan maar één keer benut worden. Is bijvoorbeeld bij de verkrijging van de economische eigendom de startersvrijstelling benut, dan kan deze niet opnieuw benut worden bij de latere verkrijging van de juridische eigendom.

Een sleutelovereenkomst wordt vaak gesloten om voorafgaande aan de juridische verkrijging werkzaamheden in de woning te kunnen verrichten. Als hiermee het risico van waardeverandering in enige mate overgaat op de koper, is er sprake van verkrijging van de economische eigendom. Deze verkrijging is belast met overdrachtsbelasting.

Met ingang van 2025 wordt een sleutelovereenkomst niet langer aangemerkt als een verkrijging van de economische eigendom en is deze daardoor niet belast mits de juridische levering van de woning binnen 6 maanden plaatsvindt en het een woning betreft die valt onder het 2%-tarief of de startersvrijstelling.

Let op!
Voor de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting is ook vereist dat de koper duidelijk, stellig en zonder voorbehoud schriftelijk verklaart dat hij de eigen woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken.

4.13 Stel aankoop tweede woning uit naar 2026

Bent u van plan om een tweede woning te kopen, bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik of voor de verhuur? Probeer de aankoop dat uit te stellen tot 2026. De overdrachtsbelasting wordt namelijk per 1 januari 2026 verlaagd van 10,4% naar 8% voor woningen die niet in eigen gebruik zijn.

Let op!
Voor de aanschaf van andere panden, zoals kantoorpanden of bedrijfspanden blijft in 2026 het tarief van 10,4% gelden.

4.14 Let op leegwaarderatio bij verhuurde woningen

Als u een woning bezit en deze verhuurt, mag u een correctie op de waarde toepassen vanwege de verhuurde staat, de leegwaarderatio. Deze regeling geldt zowel voor de inkomstenbelasting (box 3) als voor de successiewet. Als aan bepaalde voorwaarden is voldaan wordt de waarde vastgesteld op de WOZ-waarde vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. De leegwaarderatio varieert van 73% tot 100% en is afhankelijk van het percentage van de jaarlijkse huur ten opzichte van de WOZ-waarde. Vanaf 2026 wordt bepaald dat indien de huurprijs, onderscheidenlijk pachtprijs, die tussen gelieerde partijen is overeengekomen zodanig is dat deze tussen willekeurige derden niet zou zijn overeengekomen, deze situatie al direct wordt uitgesloten van de toepassing van de leegwaarderatio en de daarbij behorende tabel.

4.15 Benut de algemene heffingskorting van uw partner

Wanneer uw partner geboren is na 31 december 1962, wordt de algemene heffingskorting niet aan de partner uitbetaald als de partner in 2025 geen inkomsten heeft. Laat daarom de algemene heffingskorting van 2025 (€ 3.068) niet liggen en reken een deel van uw box 3-vermogen toe aan uw partner. De partner is hierover 36% belasting verschuldigd, welke verrekend kan worden met de algemene heffingskorting van € 3.068. Vraag uw adviseur om advies.

4.16 Maak gebruik van de Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK)

In 2025 heeft u recht op IACK als u arbeidsinkomsten heeft van meer dan € 6.145, u een kind heeft dat jonger is dan 12 jaar en dat tenminste 6 maanden van een kalenderjaar op uw woonadres staat ingeschreven en als u een partner heeft uw arbeidsinkomen is lager dan dat van uw partner. De IACK bedraagt in 2025 maximaal € 2.986. Co-ouders kunnen onder voorwaarden ook gebruik maken van de IACK, voor hen geldt een aparte regeling. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

Let op!
De IACK wordt vanaf 2027 voor alle ouders stapsgewijs afgebouwd. Met als gevolg dat de IACK met ingang van 1 januari 2035 is afgeschaft.

4.17 Check de voorlopige aanslag inkomstenbelastingbelasting 2025

De regels over belastingrente zijn streng. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente die u aan de Belastingdienst moet betalen erg hoog. Voor alle belastingen geldt vanaf 2025 het tarief van 6,5% (afhankelijk van de ECB-rente), met uitzondering van de vennootschapsbelasting waarvoor 9% (afhankelijk van de ECB-rente) geldt. U moet dus kritisch zijn op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf. Controleer uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2025. Blijkt dat u over 2025 moet bijbetalen? Vraag dan om een aanpassing van de voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting 2025. Hiermee kunt u belastingrente voorkomen. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

Tip!
Er lopen momenteel massaal bezwaar procedures tegen het percentage van de belastingrente. Als u daar gebruik van wilt maken, zult u wel eerst een bezwaarschrift moeten (laten) indienen. Voor voorlopige aanslagen moet u eerst een verzoek om herziening indienen. Deze verzoeken lopen niet mee in de massaal bezwaar procedure. Vraag uw adviseur.

Let op!
Belastingrente voorkomt u door vóór 1 mei 2026 de aangifte inkomstenbelasting over 2025 in te dienen.

4.18 Denk aan de vermogenstoets toeslagen en eigen bijdrage Wlz.

Als uw inkomen onder bepaalde grenzen valt, hebt u vaak recht op toeslagen en/of verlaging van de eigen bijdrage Wlz. (voor als u in een zorginstelling bent opgenomen). Voor alle toeslagen, behalve de kinderopvangtoeslag, geldt een vermogenstoets. Dit geldt ook voor de eigen bijdrage Wlz, waarbij wordt gekeken naar het vermogen van twee jaar terug. Als uw vermogen te hoog is, kunt u uw recht op een toeslag of verlaging van de eigen bijdrage verspelen als u daarnaast wel voldoet aan de inkomenseis. Voor het vermogen wordt gekeken naar box 3 en is de toetsingsdatum 1 januari.

Tip!
Als het in verband met de vermogenstoets raadzaam is uw vermogen per 1 januari 2026 te verlagen, denk dan aan het doen van schenkingen (zie hierna), aflossen van uw hypotheek voor de eigen woning of geplande, grotere aankopen naar voren te halen.

4.19 Maak gebruik van de schenkvrijstellingen

De twee bekendste vrijstellingen voor schenkingen aan kinderen zijn de jaarlijkse vrijstelling (van € 6.713 in 2025) én de eenmalig verhoogde vrijstelling (van € 32.195 in 2025). Die verhoogde vrijstelling kan slechts éénmaal worden benut voor een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar jong is. Bent u vergeten om uw zoon of dochter tijdig – vóór hun 40e – een ‘grote’ vrijgestelde schenking te doen? Als de (huwelijks-)partner van uw kind nog geen 40 jaar is, dan kunt u ook gebruikmaken van deze vrijstelling bij een schenking aan uw kind. Raadpleeg uw adviseur voor de mogelijkheden.

Let op!
Maakt u gebruik van de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 32.195, dan kunt u in latere jaren geen gebruik meer maken van de andere verhoogde vrijstellingen (zie hierna). Heeft u voor uw kind al een keer gebruik gemaakt van een verhoogde vrijstelling schenkbelasting, dan kunt u geen gebruik meer maken van deze vrijstelling.

Let op!
U moet aangifte doen als u gebruik maakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling. Maakt u alleen gebruik van de jaarlijkse vrijstelling, dan hoeft u geen aangifte te doen.

4.20 Schenk uw kind € 67.064 belastingvrij voor een dure studie

Ouders kunnen een kind in 2025 eenmalig € 67.064 belastingvrij schenken voor het volgen van een dure studie. Om deze vrijstelling te kunnen benutten, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • het kind moet ten tijde van de schenking tussen de 18 en de 40 jaar oud zijn;
  • de schenking moet in één jaar plaatsvinden, tot maximaal € 67.064;
  • het kind moet het bedrag van de schenking gebruiken voor het betalen van de kosten van een studie of een opleiding voor een beroep waarvan de kosten, exclusief kosten van levensonderhoud, minimaal € 20.000 per jaar bedragen;
  • de bestemming van het geschonken bedrag voor de specifieke studie of opleiding en de verwachte kosten van die studie of opleiding moeten in een notariële akte zijn vastgelegd, en het geld moet uiterlijk in het tweede jaar na het jaar van schenking daaraan zijn besteed.

Let op!
U moet aangifte doen voor de schenkbelasting als u gebruik maakt van deze vrijstelling. Heeft u voor dezelfde persoon al eerder gebruik gemaakt van een verhoogde vrijstelling, dan kunt u geen gebruik meer maken van deze vrijstelling. Raadpleeg uw adviseur.

4.21 Schenk aan uw (klein)kind

Voor schenkingen aan kinderen geldt een reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 6. 713 (bedrag voor 2025) en voor een schenking aan een kleinkind is dat € 2.690.

4.22 Schenking aan niet-erkend kind

Biologische niet-erkende kinderen krijgen vanaf 2026 voor de schenk- en erfbelasting dezelfde rechten als ‘gewone’ kinderen. Op deze manier wordt voorkomen dat biologische, niet-erkende kinderen over een schenking of erfenis meer belasting moeten betalen dan gewone kinderen. Deze wetswijziging is het gevolg van een arrest van de Hoge Raad. Biologische niet-erkende kinderen konden de vrijstelling en het lagere tarief al claimen met een beroep op de hardheidsclausule. Dit is vanaf 2026 niet meer nodig, maar wel is vereist dat via een DNA-test wordt aangetoond dat de ontvanger van de gift of erfenis een biologisch kind is van de schenker of erflater.

4.23 Schenk onder schuldigerkenning

Bij een schenking onder schuldigerkenning schenkt u ‘op papier’ aan de kinderen: u schenkt een som geld en u blijft dat geschonken bedrag schuldig. Daardoor krijgt u een schuld aan uw kinderen. De kinderen krijgen hierdoor een vordering op u. Die vordering kunnen zij meestal pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende ouder. Deze vorm van schenking is goed toepasbaar als u niet voldoende vrije middelen ter beschikking heeft, bijvoorbeeld als het geld vastzit in uw onderneming of in beleggingen. Overigens heeft een dergelijke schenking wel gevolgen voor box 3. Bij de ouders ontstaat een schuld, bij de kinderen een vordering die tot het vermogen in box 3 wordt gerekend. Raadpleeg uw adviseur.

Let op!
U moet over het schuldig gebleven bedrag jaarlijks een rente van 6% per jaar aan de kinderen betalen. Doet u dat niet, dan worden de kinderen geacht het bedrag van de schenking (plus de te betalen rente) bij overlijden alsnog krachtens erfrecht te hebben verkregen. Zij moeten dan daarover toch nog erfbelasting betalen. Uw inkomen moet dus wel voldoende zijn om jaarlijks rente te betalen. Daarnaast moet de schenking in beginsel ook notarieel worden vastgelegd.

Let op!
Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026 is door het kabinet de opmerking gemaakt dat indien er uitsluitend een fiscaal motief aan de schenking onder schuldigerkenning ten grondslag ligt, dit onwenselijk is. Het huidige demissionaire kabinet laat het aan een volgend kabinet om hier eventueel maatregelen tegen te nemen. Mogelijk dat schenking onder schuldigerkenning niet meer mogelijk is.

4.24 Schenking woning aan uw kinderen

Door het kabinet is voorgesteld om met ingang van 1 januari 2027 voor de schenkbelasting voor het bepalen van de waarde van de woning uit te gaan van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de WOZ-waarde, zoals nu nog het geval is.

Houd hiermee rekening en neem voor 1 januari 2027 actie indien u nog van de WOZ-waarde gebruik wilt maken bij een belaste schenking. Raadpleeg hiervoor uw adviseur.

4.25 Laat uw huwelijkse voorwaarden controleren

De keuze voor een bepaald huwelijksgoederenregime wordt vaak bij het aangaan van het huwelijk bewust gemaakt en in de jaren daarna als vaststaand gegeven aanvaard. Door gewijzigde feiten en omstandigheden in de loop van de tijd kan een ander huwelijksgoederenregime veel gunstiger zijn dan de oorspronkelijk gekozen regeling. Een periodieke heroverweging is daarom aan te bevelen, met name bij verandering in de gezins- of familiesituatie of bij een aanzienlijke vermogensstijging of -daling.

Let op!
Het wijzigen of aangaan van huwelijkse voorwaarden moet via de notaris gebeuren.

4.26 Let op bij ongelijke breukdelengemeenschap

Een ongelijke breukdelengemeenschap is een afspraak tussen echtgenoten waarbij het gemeenschappelijk vermogen niet gelijk wordt verdeeld (dus niet 50/50), maar in ongelijke delen, bijvoorbeeld 90% voor de ene en 10% voor de andere. Deze afspraak kon fiscale voordelen opleveren bij overlijden of echtscheiding, Dit werd als een manier gezien om vermogen fiscaal gunstiger over te dragen, met name als één partner verwacht werd eerder te overlijden. Bij overlijden zou dan bijvoorbeeld maar 10% van de gemeenschap belastingplichtig zijn voor de erfbelasting. De wetgever vindt een dergelijke constructie niet wenselijk en heeft nu het volgende bepaald:
bij een huwelijksgoederengemeenschap met ongelijke breukdelen wordt hetgeen aan een echtgenoot bij ontbinding (bij overlijden dan wel scheiding) van de huwelijksgoederengemeenschap meer toekomt dan de helft van die gemeenschap, belast met erf- of schenkbelasting. Dit geldt ook in het geval van een finaal of periodiek verrekenbeding waarbij vermogen of inkomen wordt verrekend op grond van een ongelijke gerechtigdheid tot dat vermogen of inkomen.

Let op!
De maatregel is niet van toepassing in geval van huwelijkse voorwaarden waarin reeds een ongelijke breukdelengemeenschap of een verrekenbeding met ongelijke breukdelen is overeengekomen voor 16 september 2025, 16:00 uur. Als de betreffende echtgenoten na dat tijdstip hun huwelijkse voorwaarden wijzigen in die zin dat het aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap of het te verrekenen vermogen verandert, dan verliezen zij hun aanspraak op het overgangsrecht en gaat met ingang van 1 januari 2026 de nieuwe regelgeving gelden.

4.27 Voer het verrekenbeding uit van uw huwelijkse voorwaarden

Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd en is er in uw huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding opgenomen? Vergeet dan niet de verrekening met uw echtgenoot op te stellen. Als verrekening (over een reeks van jaren) achterwege is gebleven, dan kan dat bij overlijden of echtscheiding tot hoogst onaangename gevolgen leiden. Vaak wordt dan namelijk bij overlijden of echtscheiding aangenomen dat de partners in gemeenschap van goederen waren gehuwd.

Tip!
Heeft u jarenlang verzuimd het periodiek verrekenbeding na te leven, neem dan contact op met uw adviseur. Dergelijke verrekenbedingen moeten zo snel mogelijk worden ‘hersteld’. Met behulp van een vaststellingsovereenkomst en wijziging van de verrekening kunnen de bedoelingen van partijen alsnog worden gerealiseerd.


Vragen over de Eindejaarstips 2025?


Heeft u na het lezen van deze special met de Eindejaarstips 2025 vragen of wenst u meer informatie? Neem dan gerust contact op met de belastingadviseurs van AAme. Zij staan u graag te woord.


Disclaimer
De informatie in deze special Eindejaarstips 2025 heeft een signalerend karakter, is niet bedoeld als advies en de ontvanger/gebruiker kan hieraan geen rechten ontlenen. Ondanks de zorgvuldige samenstelling van de inhoud van deze special kan AAme Accountants en Belastingadviseurs geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, direct dan wel indirect, ten gevolge van eventuele fouten, vergissingen of onvolledigheden van de aangeboden informatie.

Deze special Eindejaarstips 2025 heeft verwijzingen naar andere websites of andere bronnen. AAme Accountants en Belastingadviseurs heeft geen controle of zeggenschap over zulke andere websites en bronnen en is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor de beschikbaarheid, de inhoud en de veiligheid daarvan, noch voor eventuele inbreuken op auteursrechten of andere intellectuele eigendomsrechten via zulke websites of bronnen.
De special Eindejaarstips 2025 is bijgewerkt naar de stand van het wetgevende proces op 22 oktober 2025.


Lees ook het Belastingplan 2026.

Winkelwagen
Click to access the login or register cheese
Scroll naar boven