Haagse lekken, harde regels

Op dinsdag 15 september 2026 presenteert het kabinet de Miljoenennota en het Belastingplan 2027. Toch is er nu al veel bekend. Sommige wijzigingen zijn al aangenomen, andere staan in officiële voorpublicaties en daarnaast zijn delen van de begrotingsplannen uitgelekt.

Dit staat al vast of geldt al

Werkkostenregeling wordt ruimer
Vanaf 1 januari 2027 stijgt de vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom van 2,00% naar 2,16%. Boven € 400.000 blijft het percentage 1,18%.
Voor een werkgever met een fiscale loonsom van ten minste € 400.000 betekent dit maximaal € 640 extra vrije ruimte. Deze wijziging is al wettelijk aangenomen.

Onbelaste kilometervergoeding bedraagt € 0,25
Werkgevers mogen sinds 1 januari 2026 maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer gericht vrijgesteld vergoeden. Dit geldt ook voor woon-werkverkeer en voor reizen per fiets of te voet. Bij openbaar vervoer kan onder voorwaarden worden gekozen voor vergoeding van de werkelijke kosten.
De verhoging geldt in 2026 op basis van een beleidsbesluit met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Dit besluit vervalt op 1 januari 2027. Het kabinet wil de verhoging daarom wettelijk vastleggen in het Belastingplan 2027.
Een werkgever is niet automatisch verplicht de vergoeding te verhogen. Dat hangt af van de arbeidsovereenkomst, cao of personeelsregeling.

Pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s
Vanaf 1 januari 2027 betaalt een werkgever een pseudo-eindheffing als hij een fossiele personenauto ook voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking stelt.

De heffing bedraagt 12% per jaar over de cataloguswaarde inclusief btw en bpm, berekend naar rato per kalendermaand. Voor een auto die meer dan 25 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, geldt de waarde in het economische verkeer.

Belangrijke aandachtspunten:

  1. woon-werkverkeer geldt voor deze heffing als privégebruik;
  2. de regeling geldt ook voor hybride personenauto’s;
  3. alleen personenauto’s waarvan uit het kentekenregister blijkt dat de CO₂-uitstoot 0 gram per kilometer is, vallen buiten de regeling;
  4. de pseudo-eindheffing is verschuldigd door de werkgever en staat los van de gewone bijtelling bij de werknemer; en
  5. de heffing kan ook spelen wanneer voor de gewone bijtelling wordt aangetoond dat niet meer dan 500 privékilometers zijn gereden, omdat woon-werkverkeer voor deze pseudo-eindheffing als privégebruik geldt.

Voor personenauto’s die de werkgever vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een of meer werknemers ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. De pseudo-eindheffing is voor deze auto’s tot 17 september 2030 niet van toepassing.

De heffing geldt niet voor de eigen zakelijke auto van een IB-ondernemer. Zij kan wel gelden als deze ondernemer als werkgever een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt. Ook een dga met een auto van de eigen bv kan met de regeling te maken krijgen.

Youngtimergrens gaat naar 25 jaar
In 2026 geldt de youngtimerregeling in beginsel voor auto’s van 16 jaar en ouder. Volgens de aangenomen wet stijgt deze grens op 1 januari 2027 naar 25 jaar.
Auto’s tussen 16 en 25 jaar vallen dan niet meer onder de bijtelling van 35% over de waarde in het economische verkeer. Voor deze auto’s geldt in beginsel weer de normale bijtellingssystematiek.
Voor een beperkte groep die door de verhoging van de leeftijdsgrens van 15 naar 16 jaar per 1 januari 2026 werd geraakt, is een overgangsregeling getroffen in een besluit vooruitlopend op wetgeving. Het kabinet wil deze regeling in 2027 wettelijk vastleggen. Dit verandert de hoofdregel voor 2027 niet.

Expatregeling vanaf 2027 voor veel werknemers naar 27%
Welke regeling geldt, hangt af van het moment waarop de expatregeling voor de werknemer voor het eerst is toegepast:

  1. uiterlijk op 31 december 2023: maximaal 30% en de bestaande salarisnorm blijven gelden;
  2. in 2024: vanaf 2027 maximaal 27%, maar met behoud van de bestaande salarisnorm; en
  3. vanaf 1 januari 2025: vanaf 2027 maximaal 27% en toepassing van de nieuwe, hogere salarisnorm.

Een onderbreking of wijziging in de toepassing van de expatregeling kan gevolgen hebben voor het overgangsrecht. Beoordeling per werknemer blijft daarom nodig.

Overgangsrecht partiële buitenlandse belastingplicht eindigt
De partiële buitenlandse belastingplicht is per 1 januari 2025 afgeschaft. Alleen werknemers bij wie de expatregeling in het laatste loontijdvak van 2023 daadwerkelijk is toegepast, kunnen op grond van het overgangsrecht, zolang de expatregeling ononderbroken doorloopt, nog tot uiterlijk 31 december 2026 in hun aangifte inkomstenbelasting kiezen voor partiële buitenlandse belastingplicht.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze keuze ook voor deze groep. Een in Nederland wonende expat wordt dan voor box 2 en box 3 in beginsel weer volgens de normale regels voor binnenlandse belastingplichtigen behandeld. Hierdoor kunnen onder meer buitenlandse belangen in vennootschappen die voor box 2 kwalificeren en buitenlands vermogen binnen de Nederlandse heffingsgrondslag vallen. De precieze gevolgen hangen af van de persoonlijke situatie, vrijstellingen en toepasselijke belastingverdragen.

Zelfstandigenaftrek daalt naar € 900
Voor IB-ondernemers die aan de voorwaarden, waaronder het urencriterium, voldoen, daalt de zelfstandigenaftrek in 2027 van € 1.200 naar € 900. Deze afbouw is al eerder wettelijk vastgesteld.

In het officiële voorlopige overzicht van het Belastingplan 2027 staan onder meer de volgende maatregelen.

Beperkte inflatiecorrectie inkomstenbelasting
Het kabinet wil de jaarlijkse tabelcorrectiefactor in 2027 en 2028 slechts beperkt toepassen. Hierdoor kunnen fiscale bedragen en schijfgrenzen minder stijgen dan bij volledige inflatiecorrectie. De exacte tarieven, bedragen en inkomenseffecten worden pas op Prinsjesdag bekend.

Afschaffing vrijstelling voor producten uit het eigen bedrijf
Het kabinet stelt voor de gerichte WKR-vrijstelling voor korting op branche- of bedrijfseigen producten per 2027 af te schaffen.
Werkgevers kunnen personeelskortingen blijven geven, maar moeten deze dan in beginsel onderbrengen in de vrije ruimte. Dit voorstel moet nog door het parlement worden aangenomen.

Hogere energie-investeringsaftrek
Voorgesteld wordt het percentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 te verhogen van 40% naar 45,5%.
Voor ondernemers die een energiezuinige investering overwegen, kan het daarom zinvol zijn het investeringsmoment opnieuw te beoordelen. Uitstel is niet automatisch voordelig: de investering moet ook voldoen aan de voorwaarden en de Energielijst die op dat moment geldt.

Medewerkersparticipaties bij startups en scale-ups
Voor werknemers van kwalificerende startups en scale-ups wordt een gunstigere regeling voorbereid. Voorgesteld wordt het heffingsmoment uit te stellen tot uiterlijk het moment waarop de aandelenopties worden vervreemd en slechts 65% van het voordeel in de heffing te betrekken.
De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027. De definitieve vormgeving wordt nog uitgewerkt, het wetsvoorstel moet nog worden aangenomen en de regeling vereist goedkeuring van de Europese Commissie.

Overdrachtsbelasting voor niet zelf bewoonde woningen
Het kabinet wil het overdrachtsbelastingtarief voor woningen waarin de verkrijger niet zelf duurzaam gaat wonen, zoals beleggingswoningen, per 1 januari 2027 verlagen van 8% naar 7%.
De voorgestelde verlaging geldt alleen voor woningen en niet voor ander onroerend goed. De regeling is nog niet aangenomen.

Startersaftrek verder afgebouwd
Naast de al vaststaande verlaging van de zelfstandigenaftrek wil het kabinet de startersaftrek in 2027 verlagen en per 1 januari 2028 volledig afschaffen.
De hoogte van de startersaftrek voor 2027 blijkt pas uit het definitieve wetsvoorstel.

Greentimer: nog geen regeling
Ook is gesproken over een mogelijke greentimerregeling voor volledig elektrische auto’s van ongeveer vijf tot acht jaar oud. Op onze peildatum is hierover geen definitief openbaar wetsvoorstel of kabinetsbesluit gepubliceerd. Werkgevers, werknemers, dga’s en ondernemers kunnen daarom nog niet op deze regeling vooruitlopen.

Volgens berichtgeving van de NOS, na eerdere berichtgeving van RTL Nieuws en bevestiging door ingewijden, bevat het begrotingsakkoord onder meer:

  1. € 1,5 miljard voor koopkrachtreparatie;
  2. een lastenverzwaring van in totaal € 750 miljoen voor hogere inkomens;
  3. het schrappen van voorgenomen bezuinigingen op de AOW en het maximumdagloon;
  4. uitstel van de verkorting van de maximale WW-duur;
  5. bijna € 4 miljard voor innovatiefondsen;
  6. uitstel van de verhoging van het eigen risico in de zorg; en
  7. voortzetting van een tijdelijke korting op de accijns op benzine en diesel.

De precieze fiscale uitwerking is nog niet bekend. Zo is niet duidelijk hoe de lastenverzwaring voor hogere inkomens wordt vormgegeven en welke tarieven, heffingskortingen of grondslagen worden aangepast.

Ook over de brandstofaccijnzen bestaat nog onduidelijkheid. Het officiële voorlopige overzicht uit juni noemt alleen benzine, terwijl in de uitgelekte informatie ook diesel wordt genoemd.

De begroting en nieuwe wetsvoorstellen hebben parlementaire steun nodig. Maatregelen kunnen tijdens de behandeling worden gewijzigd, uitgesteld of verworpen.

Box 3: wetsvoorstel officieel nog in behandeling, mogelijk uitstel uitgelekt
Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 30 juni 2026 plenair behandeld, maar de stemming uitgesteld in afwachting van aangekondigde aanvullende wetsvoorstellen.
Volgens uitgelekte Prinsjesdagplannen zou de verdere behandeling voorlopig worden geparkeerd en zouden eerst alternatieven worden onderzocht, waaronder een stelsel waarin waardestijgingen vaker pas bij realisatie worden belast. Dit is nog niet officieel bevestigd. Het wetsvoorstel ligt formeel nog bij de Eerste Kamer en is niet ingetrokken of verworpen.
De eerder beoogde invoering per 1 januari 2028 is daardoor onzeker. Ook de uiteindelijke vormgeving van een nieuw box 3-stelsel staat nog niet vast.

Wat kunt u nu al doen?

Wij adviseren u alvast:

  1. te inventariseren welke fossiele en hybride personenauto’s vanaf 2027 aan werknemers of dga’s ter beschikking worden gesteld;
  2. als werkgever per werknemer vast te stellen welk overgangsrecht voor de expatregeling geldt;
  3. als expat die in 2026 nog gebruikmaakt van de partiële buitenlandse belastingplicht, de gevolgen voor box 2 en box 3 vanaf 2027 tijdig te laten beoordelen;
  4. bij de WKR-begroting voor 2027 rekening te houden met de ruimere vrije ruimte en de mogelijke afschaffing van de vrijstelling voor eigen producten;
  5. geplande energie-investeringen opnieuw te beoordelen in verband met de voorgestelde hogere EIA; en
  6. nog geen onomkeerbare beslissingen te baseren op uitsluitend voorgestelde of uitgelekte maatregelen.

Wanneer weten we meer?

De officiële Prinsjesdagstukken worden op dinsdag 15 september 2026 gepubliceerd. Volgens het voorlopige behandelschema stemt de Tweede Kamer op donderdag 12 november 2026 over het pakket. Daarna volgt de behandeling in de Eerste Kamer.

Zodra de officiële stukken beschikbaar zijn, actualiseren wij dit overzicht. U ontvangt dan van ons een korte en praktische analyse van de definitieve voorstellen en de mogelijke gevolgen voor u, uw onderneming en uw werknemers.

Heeft u nu al vragen over uw wagenpark, de werkkostenregeling, uw expats, box 3 of een geplande investering? Neem dan gerust contact op met uw adviseur bij AAme.

Winkelwagen
Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas
Scroll naar boven