Is platformarbeid UBERhaupt nog mogelijk?

Uber en Helpling. Met het gemak van een app een taxi regelen, of met net zo veel gemak jezelf voorzien van huishoudelijke hulp. Dat klinkt alsof beide weinig met elkaar te maken. Toch waren ze beide afgelopen weken met dezelfde reden in het nieuws.
Waarom? Omdat de rechter bepaalde dat de personen die via deze app(s) hun diensten aanboden, werknemers zijn in dienst van het platform. Met alle gevolgen van dien.

Wat is er aan de hand?

In dit geval gaat het om ‘platformarbeid’. We spreken van platformarbeid als werk wordt verricht voor een andere partij, waarbij een (digitaal) platform zorgt voor de bemiddeling tussen de werker en degene voor wie het werk wordt verricht.
Hoewel het begrip ‘platformarbeid’ wellicht niet bij iedereen bekend is, is de kans groot dat je wel eens gebruik hebt gemaakt van een digitaal platform voor diensten of producten. Daarbij valt te denken aan bedrijven als Thuisbezorgd, Delivero, Uber(Eats), Bol.com, Booking.com of AirBnB.

Wat is platformarbeid?

Een product afnemen van een platform, is arbeidsrechtelijk niet zo heel interessant. Bij het afnemen van diensten, wordt dat het wel. Want in dat geval ontstaat de vraag in welke hoedanigheid de werker zijn diensten aanbiedt. Doet deze dat als zelfstandige, als aannemer, of als werknemer in dienst van het platform?

Bij Uber en Helpling vonden ze dat ze slechts ‘vraag en aanbod samenbrachten’. De rechter oordeelde echter anders. Bij Uber zijn de taxi-chauffeurs werknemers. Bij Helpling ook, en is er zelfs sprake van een uitzendarbeidsovereenkomst. Daardoor moet Helpling ook aan de regels die voor uitzendkrachten gelden voldoen.
Hoe dat kan? Dat heeft er mee te maken wanneer volgens de wet een overeenkomst een arbeidsovereenkomst is. Voor een arbeidsovereenkomst moet sprake zijn gezag, loon, en arbeid.

Gezag bij platformarbeid: anders dan normaal, maar wel aanwezig

Vaak gaat het bij de vraag of er nou sprake is van een arbeidsovereenkomst om hoeveel gezag de partij heeft voor wie het werk wordt verricht. Wat opvalt is dat zowel bij Uber als bij Helpling de rechter vond dat dit gezag voldoende aanwezig is, maar dan in een andere vorm dan de ‘klassieke’.

Bij Uber was volgens de rechter namelijk sprake van ‘modern werkgeversgezag’.

Chauffeurs moeten voordat zij toegang kregen tot het Uber-platform akkoord gaan met de voorwaarden van Uber. En met wijzigingen ook, omdat ze anders geen toegang kregen tot de app. Uber-chauffeurs konden aangeboden ritten wel weigeren, maar een te hoog weigeringspercentage kon er voor zorgen dat de toegang tot de Uber-app werd geblokkeerd.

Feitelijk heeft het algoritme van de Uber-app daarom behoorlijk wat gezag. Zo veel zelfs, dat de rechter oordeelde dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Bij Helpling was er volgens de rechter geen sprake van ‘normaal’ gezag tussen Helpling en de schoonmaker zelf. Het huishouden waar de schoonmaker werkte kon namelijk beoordelen of het werk goed is gedaan.

Toch was wél sprake van een werknemersrelatie met Helpling, volgens de rechter. Want hoewel niet sprake was van ‘normaal gezag’, oordeelde de rechter dat Helpling dit gezag heeft uitbesteed aan het huishouden, en dat mede daarom sprake was van een uitzendarbeidsovereenkomst. Met andere woorden: Helpling is een uitzendbureau, en de schoonmaker een uitzendkracht!

Beide uitspraken van de rechter maken duidelijk dat het belangrijk is om als ondernemer vooraf goed na te denken over alle personen die namens of voor je bedrijf werkzaamheden verrichten. Zorg dat je niet voor verrassingen komt te staan, bijvoorbeeld omdat je wenst een zelfstandige in te huren, maar dit juridisch gezien toch opeens een werknemer blijkt te zijn.

Opstellen van contracten?

Heb je vragen over het opstellen van de juiste contracten voor het inhuren van personeel? Neem dan zeker contact met ons op! Onze juristen helpen je graag verder,


mr. S. (Stefan) Klein

Bedrijfsjurist / Legal Counsel (aanwezig: ma t/m vr)

+31(0)15 820 00 53

stefan@aame.nl
https://www.linkedin.com/in/mrstefanklein/

Scroll naar top