Belastingplan 2027

Belastingplan 2027

Prinsjesdagspecial

Op 15 september 2026 heeft het kabinet de Miljoenennota, de Rijksbegroting en het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Hieronder leest u de belangrijkste gevolgen voor uw inkomen, vermogen, onderneming en werknemers. Ook behandelen wij arbeidsmarktregels die van belang zijn voor uw personeelsbeleid. Wij geven aan wat u nu kunt voorbereiden en welke wijzigingen pas later spelen.

Deze nieuwsbrief vervangt onze vooraankondiging en is gebaseerd op de officiële Prinsjesdagstukken.

Het Belastingplan 2027 is verdeeld in de volgende onderwerpen:

PARLEMENTAIRE GOEDKEURING BLIJFT NODIG

De nieuwe wetsvoorstellen zijn nog geen wet. Eerst moeten de Tweede én Eerste Kamer ermee instemmen. Daarna volgen ondertekening en publicatie in het Staatsblad. De wettelijke ingangsdatum bepaalt wanneer een wijziging geldt; soms is daarvoor nog een afzonderlijk besluit nodig. Totstandkoming Belastingplan.

Het minderheidskabinet heeft voor zijn plannen steun van oppositiepartijen nodig. De uitkomst hangt dus mede af van verdere politieke onderhandelingen. Voorstellen kunnen veranderen, worden uitgesteld of het niet halen. Dat geldt ook voor aangekondigde belastingvoordelen. Tweede Kamer over de begrotingsbehandeling.

Niet alles in deze brief is echter nog onzeker. Wij vermelden welke wijzigingen al eerder wettelijk zijn vastgesteld. Die blijven het uitgangspunt zolang zij niet rechtsgeldig worden gewijzigd. Bij andere maatregelen maken wij duidelijk of er een wetsvoorstel ligt of alleen een aankondiging. Bereid u daarom wel voor, maar laat grote beslissingen ook doorrekenen voor het geval een voorstel niet doorgaat.

De begroting bevat investeringen en maatregelen om lastenstijgingen te verzachten. Toch wordt voor 2027 een lichte daling van de doorsnee koopkracht met 0,1% geraamd. Dit is geen voorspelling voor ieder huishouden: uw inkomen, gezinssituatie en vermogen bepalen het persoonlijke effect. Miljoenennota 2027, § 2.3.2.

UW INKOMEN EN VERMOGEN

Inkomstenbelasting in 2027

Het kabinet stelt voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt de volgende tarieven voor. Het gaat om het belastbare inkomen in box 1, dus na eventuele aftrekposten.

Deel van uw belastbare inkomen in 2027Tarief inclusief premies volksverzekeringen
Tot en met € 39.24736,23%
Boven € 39.247 tot en met € 78.42638,16%
Boven € 78.42649,50%

Deze tarieven en grenzen staan in de fiscale sleuteltabel 2027.

De eerste twee tarieven zijn hoger dan in 2026. De grens waarboven het hoogste tarief geldt, blijft gelijk. Verschillende fiscale bedragen stijgen minder dan de inflatie. Daardoor kan bij een stijgend inkomen een groter deel in een hogere schijf vallen.

Daar staan aanpassingen van de belastingkortingen tegenover. De maximale arbeidskorting wordt € 5.929 en de maximale algemene heffingskorting € 3.154. Hoeveel u werkelijk krijgt, hangt af van uw inkomen. De maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting voor ouders die daarvoor in aanmerking komen, daalt van € 3.032 naar € 2.918. Voor AOW-gerechtigden gelden andere regels; de maximale ouderenkorting wordt € 1.993. Belastingplan 2027, toelichting p. 34–35.

Box 3 blijft onzeker

Het kabinet heeft nog geen definitieve keuze gemaakt over het nieuwe box 3-stelsel. Het onderzoekt verschillende routes naar belastingheffing waarbij waardewinst vaker pas bij verkoop wordt belast. Vanwege het ontbreken van breed politiek draagvlak vraagt het kabinet de Eerste Kamer de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden. Kamerbrief Box 3 van 13 september 2026, nr. 2026-0000364470, p. 1–3.

Het eerdere wetsvoorstel is wel door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet door de Eerste Kamer. Ga daarom niet uit van een definitief nieuw stelsel per 2028. Stand van zaken Eerste Kamer.

Voor 2027 gaat het kabinet uit van een box 3-tarief van 36% en een heffingsvrij vermogen van € 60.098 per persoon. Dat betekent niet dat u 36% over uw vermogen betaalt: de heffing ziet op het berekende rendement. Fiscale sleuteltabel 2027.

Bewaar ook gegevens over uw werkelijke rendement. Als dit lager is dan het forfaitair berekende rendement, kan tegenbewijs tot een lagere heffing leiden. Uitleg Belastingdienst.

Groen sparen en beleggen verliest vrijwel al het belastingvoordeel

Al eerder vastgesteld: de extra box 3-vrijstelling voor erkende groene beleggingen daalt in 2027 naar € 200 per persoon. Vanaf 2028 vervallen deze vrijstelling en de bijbehorende heffingskorting. Beoordeel daarom het rendement, de risico’s en eventuele opnamebeperkingen van uw groene spaar- of beleggingsproduct opnieuw. Belastingplan 2026, artikelen II, onderdeel A, XXXVIII, onderdeel B, en XLV.

Schenken op papier vraagt zorgvuldigheid

Een verlaging van de rente bij schenken op papier van 6% naar 3% is niet opgenomen in het vandaag ingediende Belastingplan 2027 of de Overige fiscale maatregelen 2027. Verlaag bestaande rentebetalingen daarom niet op basis van een vooruitblik op Prinsjesdag. Belastingplanstukken.

Voor aftrek van de papieren schenking bij de latere erfenis noemt de Belastingdienst nog steeds als voorwaarden een notariële vastlegging en jaarlijks daadwerkelijk betaalde rente van minimaal 6%. Ook moeten schenker en ontvanger de schenking correct in hun aangifte verwerken. Laat de gevolgen voor schenkbelasting, box 3 en toeslagen samen beoordelen. Belastingdienst over schenken op papier.

Mogelijke teruggaaf bij buitenlandse beleggingsfondsen

Belegt u als inwoner van Nederland of via een Nederlandse vennootschap in een buitenlands beleggingsfonds? Het kabinet stelt vanaf 2027 een teruggaafregeling voor Nederlandse dividendbelasting voor die op fondsniveau is ingehouden. Dit geldt onder voorwaarden en op verzoek; niet iedere belegging geeft recht op teruggaaf. Laat dit bij uw fonds of vermogensbeheerder controleren. Overige fiscale maatregelen 2027, artikel IV en toelichting § 2.5.

Lagere overdrachtsbelasting voor een tweede of verhuurde woning

Het kabinet wil het tarief voor woningen die de koper niet zelf als hoofdverblijf gebruikt per 1 januari 2027 verlagen van 8% naar 7%. Denk aan een beleggingswoning of vakantiewoning. De verlaging geldt niet voor bedrijfspanden.

Bij een belastbare waarde van € 400.000 is het verschil € 4.000. Laat bij een voorgenomen aankoop het moment van overdracht beoordelen, samen met de overige kosten en risico’s. Toelichting overdrachtsbelasting.

WERKGEVERS EN WERKNEMERS

Hogere werkgeverspremies meenemen in uw begroting

De SZW-begroting bevat de volgende percentages. De voorgenomen premies worden waar nodig eind 2026 formeel vastgesteld.

Premie20262027 volgens de begroting
Aof voor kleine werkgevers6,27%6,67%
Aof voor overige werkgevers7,63%8,03%
Awf laag2,74%2,74%
Awf hoog7,74%7,74%
Whk rekenpremie1,52%1,67%

De Aof-premie financiert onder meer arbeidsongeschiktheidsuitkeringen; de Awf-premie financiert de WW. De aparte kinderopvangopslag van 0,50% blijft gelijk. De Whk-rekenpremie is geen individueel werkgeverspercentage: uw werkelijke premie kan afwijken. SZW-begroting 2027, Kamerstukken 37 020 XV, nr. 2, § 7.1.1 en tabel 130.

Laat de totale loonkosten doorrekenen. Een verhoging van de Aof-premie met 0,40 procentpunt betekent bij € 1 miljoen aan Aof-premieloon € 4.000 extra per jaar, vóór het effect van andere wijzigingen.

Ook de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet stijgt volgens de VWS-begroting: de werkgeversheffing gaat van 6,10% naar 6,27%. Het lagere percentage dat onder meer zelfstandigen en gepensioneerden zelf betalen, gaat van 4,85% naar 5,02%. Welk percentage geldt, hangt af van uw situatie; er geldt een maximale bijdragegrondslag. Neem deze voorgenomen stijging afzonderlijk mee in uw begroting. VWS-begroting 2027, tabel 77.

Minimumjeugdloon gaat volgens de plannen omhoog

Het kabinet wil het minimumjeugdloon voor werknemers van 16 tot en met 20 jaar per 1 januari 2027 verhogen. Dit staat los van de gewone halfjaarlijkse indexatie van het minimumloon. Neem deze extra stijging mee als u jongeren in dienst heeft; begroot met de uiteindelijk officieel vastgestelde bedragen. Kabinetsplan minimumjeugdloon.

WKR verandert op twee punten

Al eerder vastgesteld: de vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) stijgt in 2027 van 2,00% naar 2,16% over de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Daarboven blijft het percentage 1,18%. Bij een loonsom van minimaal € 400.000 betekent dit € 640 extra ruimte voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Belastingplan 2025, artikel X.

Nieuw voorgesteld is dat de aparte vrijstelling voor personeelskorting op eigen producten per 2027 vervalt. U kunt zo’n korting onder voorwaarden aanwijzen binnen de vrije ruimte. Dat gaat dan ten koste van de ruimte voor bijvoorbeeld kerstpakketten en andere personeelsvoordelen. Controleer daarom uw WKR-begroting voor 2027. Toelichting personeelskorting.

Voorstel om kilometervergoeding wettelijk vast te leggen

Het kabinet wil de maximale onbelaste kilometervergoeding van € 0,25 wettelijk vastleggen. Voor 2026 mag deze vergoeding op basis van een beleidsbesluit al worden toegepast met terugwerkende kracht tot 1 januari. Zij geldt ook voor woon-werkverkeer, fietsen en lopen.

Een hogere vergoeding is niet automatisch verplicht; kijk daarvoor naar de cao, arbeidsovereenkomst of personeelsregeling. Voor ondernemers die zakelijke ritten maken met een privévervoermiddel geldt onder voorwaarden eveneens € 0,25 aftrek per kilometer. Beleidsbesluit reiskosten en wettelijke vastlegging.

Extra werkgeversheffing voor de auto van de zaak

Al eerder vastgesteld: vanaf 1 januari 2027 geldt een extra werkgeversheffing van 12% per jaar voor personenauto’s op fossiele brandstof die werknemers ook privé mogen gebruiken. Hybride auto’s vallen hier ook onder. De grondslag is in beginsel de cataloguswaarde inclusief btw en bpm; voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de waarde in het economische verkeer.

Woon-werkverkeer telt hiervoor als privégebruik. Daardoor kan de heffing ook spelen als de werknemer voor de gewone bijtelling niet meer dan 500 privékilometers per jaar rijdt. Ook een directeur-grootaandeelhouder (dga) met een auto van zijn bv kan hieronder vallen. De eigen zakelijke auto van een ondernemer die inkomstenbelasting betaalt, valt niet onder deze werkgeversheffing.

Een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 kost de werkgever bij toepassing gedurende een heel jaar € 6.000 extra. Ook een deel van een kalendermaand telt in beginsel als een volle maand. Belastingplan 2026, artikel IV, artikelen 32bc en 39j Wet LB 1964.

Nieuw is het voorstel om de overgangsregeling te verlengen tot en met 31 december 2030. Deze geldt voor auto’s die dezelfde werkgever vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan werknemers ter beschikking heeft gesteld. Nu eindigt deze uitzondering nog op 17 september 2030.

Ook worden uitzonderingen voorgesteld voor handgeschakelde lesauto’s, tijdelijk vervangend vervoer bij onderhoud of reparatie en eenmalig kort gebruik. Hiervoor gelden specifieke voorwaarden en termijnen. Laat nieuwe leasecontracten en vervangende auto’s daarom vooraf beoordelen. Overige fiscale maatregelen 2027, artikel II en toelichting § 2.2.

Youngtimergrens gaat volgens het voorstel minder snel omhoog

De eerder aangenomen verhoging naar 25 jaar per 2027 wordt volgens het nieuwe voorstel vervangen door een leeftijdsgrens van 17 jaar in 2027 en 20 jaar vanaf 2028. Voor kwalificerende youngtimers blijft de bijtelling 35% van de waarde in het economische verkeer.

Voor bepaalde auto’s die al uiterlijk eind 2025 bij dezelfde gebruiker in gebruik waren, wordt ook overgangsrecht voor 2027 voorgesteld. Laat dit per auto controleren. Zolang het nieuwe afbouwpad niet is aangenomen, blijft de eerder vastgestelde verhoging naar 25 jaar het wettelijke uitgangspunt voor 2027. Toelichting youngtimerregeling.

De eerder besproken greentimerregeling voor gebruikte elektrische auto’s is niet opgenomen in het ingediende Belastingplan. Neem een mogelijk toekomstig voordeel daarom nog niet als vaststaand mee in uw autokeuze. Ingediend wetsvoorstel.

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting loopt af

Voor kwalificerende bestelauto’s van ondernemers is de motorrijtuigenbelasting in de tweede helft van 2026 tijdelijk gehalveerd; voor vrachtauto’s geldt tijdelijk een nihiltarief. Het Belastingplan legt deze bestaande goedkeuring wettelijk vast. Begroot voor 2027 weer met de reguliere tarieven. Let wel op uw belastingtijdvak: een verlaagd tijdvak dat in 2026 is begonnen, kan nog in 2027 doorlopen. Beleidsbesluit van 17 mei 2026, Stcrt. 2026, 18302, onderdelen 2.3 en 2.4 en Belastingplan 2027, toelichting § 5.16.

ARBEIDSMARKT EN ONTSLAG

Naast de begrotingsplannen zijn er arbeidsmarktwetten die al eerder zijn aangenomen of nog worden voorbereid. Zij raken de kosten en verplichtingen van werkgevers én de rechten van werknemers. De ingangsdata verschillen per regeling.

Transitievergoeding en compensatie zijn twee verschillende zaken

Een werknemer heeft bij ontslag door de werkgever of het niet verlengen van een contract in beginsel recht op een transitievergoeding. Er gelden uitzonderingen. De mogelijke afschaffing van de compensatie voor werkgevers laat dit recht niet automatisch vervallen. UWV over de transitievergoeding.

Het kabinet wil de compensatieregelingen voor werkgevers per 1 januari 2028 afschaffen, een jaar later dan eerder voorzien. Dit betreft compensatie na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en bij bedrijfsbeëindiging wegens pensionering of overlijden van de werkgever. De afschaffing is nog geen geldend recht. SZW-begroting 2027, p. 28 en 53.

Voorlopig kunnen werkgevers die aan de voorwaarden voldoen nog compensatie aanvragen. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid moet dat binnen zes maanden na volledige betaling van de transitievergoeding. Bewaar de berekening, ontslagstukken en betaalbewijzen; niet ieder betaald bedrag wordt volledig vergoed. Voor compensatie bij bedrijfsbeëindiging gelden andere voorwaarden en termijnen. UWV over compensatie bij ziekte en bedrijfsbeëindiging.

Daarnaast wil het kabinet de transitievergoeding zelf sterker verbinden met scholing en begeleiding naar ander werk. Die hervorming wordt nog uitgewerkt. Werkgevers kunnen op basis van deze aankondiging dus niet alvast een vergoeding verlagen of extra kosten verrekenen. Werknemers hoeven geen afstand te doen van bestaande rechten. Toelichting O&P Rijk.

Kortere WW wordt uitgesteld

Het kabinet verschuift de voorgenomen verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden naar 1 januari 2029. De geplande verlaging van het maximumdagloon wordt teruggedraaid. Dat dagloon bepaalt mede de maximale hoogte van werknemersuitkeringen. Deze begrotingskeuzes zijn relevant voor ontslagafspraken en inkomensplanning. De persoonlijke WW-duur blijft onder meer afhangen van het arbeidsverleden. SZW-begroting 2027, p. 28.

Meer zekerheid voor flexwerkers is al aangenomen

De Wet meer zekerheid flexwerkers is door beide Kamers aangenomen. De meeste contractwijzigingen gaan op 1 januari 2028 in. Eerste Kamer en inwerkingtredingsbesluit.

Nulurencontracten worden dan in beginsel vervangen door contracten met vaste uren of een bandbreedte. Bij een bandbreedtecontract is het maximum hoogstens 130% van de minimumuren, bijvoorbeeld 10 tot 13 uur. Voor onder meer scholieren, studenten, minderjarigen en AOW-gerechtigden met een beperkte arbeidsomvang bestaan uitzonderingen. Ook wordt de onderbreking die nodig is om opnieuw een reeks tijdelijke contracten te beginnen in beginsel langer dan 36 maanden, in plaats van langer dan zes maanden. Controleer uitzonderingen en overgangsrecht per contract. Vastgestelde flexwet, artikel I.

Een onderdeel begint eerder: vanaf 31 december 2026 wordt het wettelijke recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten uitgebreid. Vanaf 1 januari 2027 moeten inleners ook tussentijdse wijzigingen in arbeidsvoorwaarden tijdig aan de uitlener doorgeven. Bespreek daarom nu de arbeidsvoorwaarden en inleentarieven voor 2027 met uw uitzendbureau of detacheerder. Een toepasselijke cao kan al eerder verplichtingen meebrengen. Flexwet, artikel II en ingangsdata.

Wtta vraagt al dit najaar voorbereiding

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) is al aangenomen en wordt gefaseerd ingevoerd. 2027 is het overgangsjaar; vanaf 1 januari 2028 gelden de toelatingsplicht en handhaving. Dit raakt niet alleen uitzendbureaus, maar ook andere bedrijven die onder de wet personeel uitlenen én hun opdrachtgevers. Inwerkingtredingsbesluit Wtta.

Uitleners die het overgangsrecht willen gebruiken, moeten zich van 1 november tot en met 31 december 2026 aanmelden bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). De aanvraagperiode voor toelating is 1 mei tot en met 30 juni 2027. Aanmelden is dus niet hetzelfde als een toelating aanvragen. Inleners moeten tijdig controleren of hun leverancier straks is toegelaten, ontheffing heeft of onder het overgangsrecht valt. Leg de controle en afspraken vast. Officiële planning NAU.

Let op: meld- en administratieplichten gaan al op 1 januari 2027 in. Uitleners moeten de inlener vooraf schriftelijk of elektronisch informeren over het uitlenen. Zowel uitleners als inleners moeten vastleggen welke arbeidskracht via welke onderneming wordt ingezet. Bewaar deze gegevens ten minste zeven jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de inzet is beëindigd. Richt uw administratie hier tijdig op in. Wtta, artikelen 12c en 12d en inwerkingtreding, toelichting § 1b.

Uitleners krijgen een zorgplicht bij registratie van arbeidsmigranten

De Wtta bevat ook een aangenomen zorgplicht voor correcte inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Uitleners moeten arbeidskrachten schriftelijk informeren in een begrijpelijke taal en, waar vereist, controleren of zij als ingezetene staan ingeschreven. De ingangsdatum wordt afzonderlijk vastgesteld; 1 januari 2027 is hiervoor nog een streefdatum. Bereid uw instroomproces en informatievoorziening hierop voor. Wtta, artikel 12ba en afzonderlijke inwerkingtreding, toelichting § 2d.

Nieuwe plannen voor begeleiding bij ziekte

Het kabinet wil kleine en middelgrote werkgevers onder voorwaarden eerder duidelijkheid geven over vervanging van een zieke werknemer. Een wetsvoorstel maakt het mogelijk om in het tweede ziektejaar alleen nog te zoeken naar passend werk bij een andere werkgever, met instemming van de werknemer of toestemming van UWV. Dit betekent niet dat de loondoorbetaling automatisch na één jaar stopt. Wetsvoorstel tweede ziektejaar.

Een ander voorstel maakt het advies van de bedrijfsarts over de medische belastbaarheid leidend bij de UWV-toets op de re-integratie-inspanningen. Deze voorstellen zijn nog niet definitief. Blijf de huidige verplichtingen voor loondoorbetaling en re-integratie naleven en bespreek wijzigingen in een ziekmeldingstraject met uw arbodienst of adviseur. Kabinetsvoorstel re-integratietoets.

Meer openheid over beloning wordt voorbereid

Het wetsvoorstel loontransparantie moet werknemers meer inzicht geven in gelijke beloning. Het voorziet onder meer in informatie over het startsalaris voor sollicitanten, objectieve beloningscriteria en informatie voor werknemers over gemiddelde beloning bij gelijkwaardig werk. De beoogde invoering is in 2027, maar parlementaire goedkeuring en de definitieve ingangsdatum zijn nog nodig.

Voor grotere werkgevers komen daarnaast gefaseerde rapportageplichten. De overige verplichtingen zijn niet uitsluitend voor grote organisaties bedoeld. Controleer daarom alvast functieomschrijvingen, salarisschalen, bonuscriteria en mogelijke onverklaarde loonverschillen. Werknemers krijgen geen algemeen recht om het individuele salaris van een collega op te vragen. Rijksoverheid over loontransparantie.

Zzp blijft vragen om toetsing van de praktijk

Al aangenomen is een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een laag uurtarief. Dit gaat op 31 december 2026 in. Wie maximaal de geldende tariefgrens verdient, kan zich onder voorwaarden op dit vermoeden beroepen; de zakelijke opdrachtgever kan tegenbewijs leveren. Een hoger tarief betekent niet automatisch dat iemand zelfstandig is. De tariefgrens wordt afzonderlijk vastgesteld en geïndexeerd. Wet rechtsvermoeden en ingangsdatum.

Het kabinet werkt aan een Zelfstandigenwet en wil die vóór de zomer van 2027 bij de Tweede Kamer indienen. Dat is geen toezegging dat de nieuwe regels dan al gelden. SZW-begroting 2027, p. 47.

De Belastingdienst controleert nu al op schijnzelfstandigheid en kan loonheffingen naheffen. Beoordeel samen met de zzp’er niet alleen het contract, maar ook hoe het werk feitelijk wordt uitgevoerd. Controleer dit opnieuw als de samenwerking verandert. Wachten op een nieuwe wet biedt geen vrijstelling van de huidige regels. Handhaving Belastingdienst.

Ook van belang bij aannemen en behouden van personeel

  • Loonkostenvoordeel: vanaf 1 januari 2027 kan een nieuwe werkgever onder voorwaarden de resterende duur van een loonkostenvoordeel benutten. Deze wijziging is al aangenomen. Controleer bij indiensttreding of een nieuwe doelgroepverklaring nodig is. RVO over loonkostenvoordeel.
  • Concurrentiebeding: het kabinet bereidt strengere regels voor, waaronder een kortere maximale duur, een verplichte motivering en een vergoeding bij toepassing. De ingangsdatum is nog onbekend. Bestaande bedingen vervallen niet door deze aankondiging. Laat ze op noodzaak en geldigheid controleren voordat u ze opneemt of inroept. RVO over het voorgenomen concurrentiebeding.

EXPATS

Expatregeling vanaf 2027 voor veel werknemers naar 27 procent

Deze wijziging is al eerder vastgesteld. Welke regels gelden, hangt af van het moment waarop de regeling is toegepast:

Eerste toepassing expatregelingMaximaal percentage vanaf 2027Salarisnorm
Uiterlijk in 202330%Bestaande norm met indexatie
In 202427%Bestaande norm met indexatie
Vanaf 202527%Nieuwe hogere norm met indexatie

Deze tabel geeft de hoofdlijnen weer. De daadwerkelijke toepassing rond de overgangsdata, eventuele onderbrekingen, de resterende looptijd en overige voorwaarden blijven van belang. Controleer als werkgever de beschikking, het overgangsrecht en de salarisafspraken per werknemer. Overzicht expatregeling.

Persoonlijke aangifte van expats vraagt apart aandacht

Het overgangsrecht voor de partiële buitenlandse belastingplicht eindigt uiterlijk op 31 december 2026. Dit is een keuze in de persoonlijke aangifte inkomstenbelasting, niet in de salarisadministratie.

Maakt u als expat nog gebruik van deze keuze en blijft u fiscaal inwoner van Nederland? Laat dan vóór 2027 beoordelen wat het einde betekent voor uw aandelenbelangen, spaargeld, beleggingen en buitenlands vermogen. Vanaf 2027 gelden in beginsel de gewone Nederlandse regels voor box 2 en box 3, met inachtneming van belastingverdragen. Dit kan ook gevolgen hebben als uw 30%-vergoeding nog doorloopt. Belastingdienst over partiële buitenlandse belastingplicht.

ONDERNEMERS EN VENNOOTSCHAPPEN

Minder aftrek voor zelfstandigen en starters

Al eerder vastgesteld: de zelfstandigenaftrek daalt in 2027 van € 1.200 naar € 900, voor ondernemers die aan de voorwaarden voldoen. Belastingplan 2023, artikel V.

Daarnaast wil het kabinet de startersaftrek in 2027 verlagen van € 2.123 naar € 10 en per 2028 afschaffen. Het voorstel bevat geen overgangsregeling voor ondernemers die al zijn gestart. Een lagere aftrek kan ook gevolgen hebben voor uw toeslagen. Controleer daarom uw geschatte inkomen en voorlopige aanslag. Toelichting startersaftrek.

Ook wil het kabinet de willekeurige afschrijving voor starters per 2028 beëindigen en de aparte startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid per 2029 afschaffen. De afschrijvingswijziging wordt via een uitvoeringsregeling uitgewerkt. Laat bij investeringen controleren welke regels nog gelden en of overgangsrecht van toepassing is. Belastingplan 2027, toelichting § 5.5 en RVO over willekeurige afschrijving.

Ook wordt voorgesteld de meewerkaftrek sterk te verlagen en de stakingsaftrek terug te brengen van € 3.630 naar € 908. De beoogde start is 2027; de daadwerkelijke ingangsdatum wordt afzonderlijk bepaald. Drie jaar later moeten deze aftrekken verdwijnen. Dit is vooral van belang als uw partner meewerkt of u uw onderneming wilt beëindigen. Wetsvoorstel voor de afbouw, toelichting p. 18–19.

Mkb-winstvrijstelling blijft behouden

De mkb-winstvrijstelling blijft volgens het gepresenteerde pakket in 2027 12,7% van de winst na ondernemersaftrek. Zij geldt voor ondernemers voor de inkomstenbelasting. Bij verlies verkleint de vrijstelling het aftrekbare verlies. Laat bij uw voorlopige aanslag de lagere aftrekposten en deze vrijstelling in samenhang doorrekenen. Belastingplan 2027, toelichting tabel 1, p. 35 en uitleg Belastingdienst.

Oudere ondernemers die willen stoppen: let op de IOAZ

Het kabinet wil de IOAZ per 1 januari 2028 sluiten voor nieuwe instroom. Deze inkomensvoorziening kan onder voorwaarden helpen als u 55 jaar of ouder bent, de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt en wegens onvoldoende inkomen stopt met uw bedrijf. Bestaande uitkeringen blijven volgens het plan behouden. De wetsbehandeling moet nog worden afgerond. Neem vóór bedrijfsbeëindiging contact op met uw gemeente en laat uw recht, de aanvraagtermijn en het overgangsrecht beoordelen. SZW-begroting 2027, p. 63 en voorwaarden IOAZ.

Meer aftrek voor energiezuinige investeringen

Het kabinet wil de energie-investeringsaftrek (EIA) in 2027 verhogen van 40% naar 45,5%. Dit is een extra aftrek van de winst, geen terugbetaling van 45,5% van uw investering. Laat vooraf controleren of uw investering kwalificeert en of het moment van investeren verschil maakt. Belastingplan 2027, toelichting p. 44.

Ruimere eenvoudige regeling binnen de innovatiebox

Voor kwalificerende bedrijven bestaat een eenvoudige berekening voor de innovatiebox. Daarbij wordt 25% van de winst toegerekend aan de innovatiebox. Het kabinet wil het maximale winstbedrag dat zo wordt toegerekend in 2027 verhogen van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Dat is dus geen belastingkorting van € 100.000. De toegangseisen blijven gelden. Toelichting innovatiebox.

Aandelenopties bij startups en scaleups

Het kabinet stelt een gunstigere regeling voor werknemers van erkende startups en scaleups voor. In beginsel verschuift de heffing naar de verkoop van de verkregen aandelen en wordt 65% van het kwalificerende voordeel belast. Eerder afrekenen blijft onder voorwaarden mogelijk. Ook kan bijvoorbeeld emigratie of het vervallen van de RVO-beschikking tot eerdere heffing leiden.

Er is een beoordeling door RVO nodig. Ook gelden Europese staatssteunvoorwaarden en in beginsel een minimale periode van twee jaar tussen toekenning en verkoop. De beoogde start is 1 januari 2027, maar de ingangsdatum wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. De regeling geldt dus niet automatisch voor iedere onderneming of ieder aandelenplan. Wetsvoorstel aandelenopties, artikelen III en XI en toelichting § 1.2.

Algemene tarieven voor vennootschappen en aandeelhouders

De algemene vennootschapsbelastingtarieven blijven in het gepresenteerde pakket 19% over de eerste € 200.000 belastbare winst en 25,8% daarboven. De reguliere box 2-tarieven blijven 24,5% en 31%; de grens tussen beide schijven wordt volgens de sleuteltabel in 2027 € 69.607 per persoon. Laat een dividenduitkering beoordelen in samenhang met uw overige inkomen en vermogen. Fiscale sleuteltabel 2027.

Valutaafdekking bij buitenlandse deelnemingen

Dekt uw vennootschap het valutarisico van een buitenlandse deelneming af? Voor boekjaren die vanaf 1 januari 2027 beginnen, wil het kabinet het vooraf ingeprijsde valutaresultaat op die afdekking buiten de deelnemingsvrijstelling brengen. Dit deel komt dan in de gewone winstberekening terecht. Laat lopende financieringen en afdekkingscontracten beoordelen, inclusief het voorgestelde overgangsrecht. Belastingplan 2027, artikel XIX en toelichting § 5.11.

ANDERE MAATREGELEN OM REKENING MEE TE HOUDEN

  • Het kabinet wil de accijnskorting op benzine én diesel in 2027 voortzetten en in 2028 geleidelijk afbouwen. De dieselmaatregel en de aangepaste afbouw worden nog via een aanvulling op het wetsvoorstel uitgewerkt. Aanbiedingsbrief, p. 5.
  • De vliegbelasting krijgt vanaf 2027 afstandsafhankelijke tarieven. Het kabinet wil het tarief voor lange vluchten minder sterk verhogen dan eerder was besloten. Toelichting vervoer.
  • Het maximale inkomen waarover fiscaal ondersteund pensioen of een lijfrente kan worden opgebouwd, moet van 2027 tot en met 2032 op € 137.800 blijven staan. Dit is een inkomensgrens, geen maximaal in te leggen bedrag. Belastingplan 2027, artikel LVII en toelichting § 5.8.
  • Het kabinet wil de aftrek van specifieke zorgkosten vanaf 2028 afschaffen. De compensatie voor chronisch zieken wordt nog uitgewerkt. Toelichting inkomen.
  • Voorgesteld wordt de btw op sierteeltproducten en ballonvaarten vanaf 2028 van 9% naar 21% te verhogen. Toelichting btw.
  • Ook zijn er voorstellen voor jaarlijkse indexatie van alcoholaccijnzen vanaf 2027, afschaffing van de accijnskorting voor kleine brouwerijen vanaf 2028 en een hogere belasting op drinkwater vanaf 2027. Alcohol en drinkwater.
  • De energiebelastingvermindering per aansluiting moet vanaf 2028 worden beperkt tot huishoudens. Dit aangekondigde plan valt buiten het nu ingediende belastingpakket en kan de energielasten van bedrijven verhogen. Aanbiedingsbrief Belastingplan 2027, p. 3.

Voor specifieke sectoren en internationale situaties bevat het pakket aanvullende maatregelen, onder meer voor woningcorporaties, bosbouw, afvalverwerking, grensoverschrijdende aandeelhouderssituaties en de wereldwijde minimumbelasting. Deze nieuwsbrief is een selectie voor onze cliënten, geen overzicht van alle kabinetsplannen. Officiële belastingplanstukken en overzicht RVO en KVK.

WAT KUNT U NU AL DOEN

  • Werk uw begroting voor 2027 bij, inclusief personeelskosten, WKR en zakelijke auto’s. Houd vastgestelde wijzigingen en nog onzekere plannen daarin apart.
  • Plan een controle van flexcontracten, inleenafspraken, beloningsbeleid en de inzet van zzp’ers. Leg de Wtta-deadlines vast en pas uw inleen- en uitleenadministratie aan.
  • Controleer lopende ontslag- en ziektedossiers, inclusief betaling van de transitievergoeding en de termijn voor een eventuele compensatieaanvraag.
  • Controleer als werkgever de expatregeling per werknemer. Laat als expat uw persoonlijke vermogenspositie apart beoordelen.
  • Bekijk geplande investeringen, vastgoedaankopen, dividenduitkeringen en bedrijfsbeëindigingen tijdig met uw adviseur. Onderzoek als oudere ondernemer vóór het stoppen ook een mogelijk recht op IOAZ.
  • Controleer uw groene beleggingen, schenkingsafspraken en eventuele belangen in buitenlandse beleggingsfondsen.
  • Controleer als ondernemer uw voorlopige aanslag en eventuele voorschotten op toeslagen.
  • Laat bij grote beslissingen zowel de bestaande wet als het voorgestelde alternatief doorrekenen. Neem ook financiering, contractuele verplichtingen en het risico van uitstel mee.

Vragen over het Belastingplan 2027?

Wij volgen de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer en informeren u over belangrijke wijzigingen. Heeft u vragen over de gevolgen voor uw situatie? Uw adviseur bij AAme helpt u bepalen welke voorbereiding nu zinvol is en welke beslissing beter kan wachten.


Disclaimer
Peildatum: 15 september 2026, na publicatie van de Prinsjesdagstukken. Deze nieuwsbrief geeft algemene informatie en is geen individueel fiscaal of juridisch advies. Voorstellen en ingangsdata kunnen wijzigen. De gevolgen hangen af van uw situatie; laat concrete beslissingen vooraf beoordelen. Aan deze nieuwsbrief kunnen geen rechten worden ontleend.

Winkelwagen
Klik om toegang te krijgen tot de login- of registratiekaas
Scroll naar boven