Let op! Belangrijke wijzigingen voor het werken met uitzendkrachten onder de ABU CAO!

De ABU is samen met de vakbonden FNV, CNV Vakmensen, en De Unie tot een onderhandelingsresultaat gekomen, die aan de leden van deze partijen wordt voorgelegd. Bij een positief resultaat daarvan (wat waarschijnlijk wordt geacht), zal een nieuwe cao voor uitzendkrachten van kracht worden. Dat betekent voor de werkgevers die de ABU-cao volgen dat de arbeidsvoorwaarden die zij moeten hanteren zullen veranderen. Deze zullen we hieronder samenvatten:

Wanneer wijzigen de arbeidsvoorwaarden?

– De cao heeft een looptijd van 17 november 2021 tot en met 3 januari 2023. Veel van de veranderingen gaan echter pas in vanaf 2 januari 2022, de eerste maandag van dat jaar.

Wijzigingen in het Fasemodel

Eén van de belangrijkste aspecten van de cao is het zogenaamde fasemodel. Binnen dit model geniet de uitzendwerkgever de ruimte om op flexibele wijze contracten te sluiten met werknemers. De duur van de verschillende Fasen (Fase A, B, en C) zullen worden verkort, waardoor sneller sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Concreet per Fase verandert het volgende:

Fase A:

– De maximale duur van Fase A wordt vanaf 3 januari 52 gewerkte weken, in plaats van 78 gewerkte weken;

  • Dat betekent dat als de uitzendkracht op of na 3 januari 2022 – de eerste maandag van dat jaar – start met werken in Fase A deze fase maximaal 52 weken kan duren;
  • Nog lopende contracten in Fase A behouden de 78 termijn;
    • Echter, vanaf 2 januari 2023 geldt de periode van 52 gewerkte weken voor alle uitzendkrachten. Heeft een uitzendkracht dan al 52 weken gewerkt? Dan is indien het dienstverband met de uitzendkracht na 2 januari 2023 – de eerst maandag van dat jaar – een dienstverband in Fase B.
  • Vanaf 2 januari 2023 zullen ook niet gewerkte dagen waarbij verlof is opgenomen meetellen bij de berekening van de arbeidsduur (hoe lang heeft de werknemer al een contract). Hierover moeten de partijen echter wel nog afspraken maken in de cao vanaf 2023.

Fase B:

– De maximale duur van Fase B wordt 3 jaar, in plaats van 4. Nog steeds kunnen maximaal 6 contracten in Fase B worden aangeboden.

  • Dat betekent dat als de uitzendkracht op of na 3 januari 2022 start met werken in Fase B deze fase maximaal 3 jaar kan duren;
  • Vanaf 2 januari 2023 geldt de periode van 3 jaar voor alle uitzendkrachten in Fase B. Heeft een uitzendkracht dan al 3 jaar in Fase B gewerkt? Dan is indien het dienstverband met de uitzendkracht na 2 januari 2023 – de eerst maandag van dat jaar – wordt voortgezet, een dienstverband ontstaan in Fase C.
    • Met één uitzondering! Overeenkomsten aangegaan voor 17 november 2021 met een einddatum op of na 2 januari 2023 mogen nog worden uitgediend in Fase B, ook als dat betekent dat daarmee de termijn van 3 jaar wordt overschreden. Uiteraard geldt dat niet als de termijn wordt overschreden met meer dan 4 jaar, want dan zou ook onder de oude cao sprake zijn van Fase C.

Pensioen:

Daarnaast vinden wijzigingen plaats in het kader van het verplicht gestelde pensioen voor werknemers die werken onder de ABU cao. Deze wijzigingen zijn als volgt:

  • De wachttijd voor het verplicht deelnemen aan het StiPP pensioen wordt verkort van 26 gewerkte weken naar 8;
  • En let op: iedereen die op 1 januari 2022 8 of meer weken werkzaam is als uitzendkracht start op die datum met pensioenopbouw in de Basisregeling (geen overgangsperiode);
  • En na 52 weken pensioenopbouw in de Basisregeling, gaat uw werknemer pensioen opbouwen in de Plusregeling;
  • De pensioengrondslag wordt aangepast naar;
    • Loon voor werknemersverzekeringen;
    • Vermeerdert met de pensioenpremie werknemer;
    • Vermindert met de fiscale bijtelling van een eventuele leaseauto;
    • Vermeerdert met loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of verstrekkingen (art. 20 cao voor uitzendkrachten);

Inlenersbeloning:

De inlenersbeloning wordt uitgebreid met verschillende elementen, zo gaan eenmalige uitkeringen en thuiswerkvergoedingen gaan ook onder de inlenersbeloning vallen. Daarnaast moeten toeslagen die bij de inlener geldende worden toegepast, net als het periodeloon in de eventuele loonschaal bij de inlener die bij de functie van de uitzendwerknemer horen, ook op de uitzendwerknemer worden toegepast. Concreet valt in de nieuwe cao ook onder de inlenersbeloning:

  • Alle eenmalige uitkeringen ongeacht het doel of de reden van de uitkering, behoudens periodiek repeterende uitkeringen;
  • Kostenvergoedingen, voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan uitbetalen;
  • Thuiswerkvergoedingen;
  • Het geldende periodeloon in de schaal van de functie bij de inlener. Het inschalen moet gebeuren op dezelfde wijze als dat dat gebruikelijk bij de inlener wordt gedaan bij de eigen werknemers;
  • Toeslagen voor werken in onregelmatigheid en/of onder (fysiek) belastende omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan: overwerk, werken op bepaalde tijdstippen, ploegentoeslag, of bijvoorbeeld een toeslag voor het werken met gevaarlijke stoffen;
  • Loonsverhogingen moeten worden toegepast op hetzelfde moment als dat deze gelden voor de werknemers bij de inlener;
  • Per 1 januari 2023: de vaste eindejaarsuitkering.

Speciale regel met betrekking tot Arbeidsmigranten:

Voor uitzendkrachten die arbeidsmigranten zijn, gaan nieuwe regels gelden. Deze regels zien voornamelijk op inkomenszekerheid en transparantie voor de arbeidsmigrant. Samengevat gaat het daarbij om de volgende regels:

  • Een arbeidsmigrant die voor het eerst voor werk bij de uitzendonderneming in Nederland werkt, en daarvoor naar Nederland komt, moet de eerste twee maanden minimaal het fulltime minimumloon ontvangen, ongeacht de duur van het contract, en ongeacht het aantal uren dat daadwerkelijk wordt gewerkt.
  • Naar rato verkorting van de duur van 2 maanden is mogelijk, indien duidelijk is dat het gaat om en project met een looptijd van korter dan 2 maanden
  • inkomensgarantie komen te vervallen, mits op die gronden de uitzendwerkgever de arbeidsmigrant niet meer te werk kan of wil stellen. Wel heeft de arbeidsmigrant dan recht op:
    • Thuiskomstgarantie, waarbij vervoerskosten door uitzendwerkgever worden betaald;
    • Mogelijkheid om nog 5 aaneengesloten nachten in de door de uitzendonderneming gefaciliteerde huisvesting te verblijven op de kosten van de uitzendonderneming;
    • Kwijtschelding van eventuele openstaande schulden in verband met de huisvesting voor de werkzaamheden, voor zover deze op basis van wettelijke regels niet konden worden ingehouden/verrekend.
  • Bij het einde van de uitzendovereenkomst heeft de arbeidsmigrant die wordt gehuisvest door de uitzendonderneming een recht op een redelijke termijn om de huisvesting te verlaten.

Overige belangrijke wijzigingen:

  • De cao partijen zullen in 2022 proberen aan te sluiten bij de SPAWW, een stichting die in het leven is geroepen om het derde WW-jaar te ‘repareren’. Werkgevers zullen in dat geval een bepaalde premie moeten afdragen aan deze SPAWW.
  • Per 17 november 2021 geldt dat indien een uitzendkracht zijn werkzaamheden niet kan verrichten wegens onwerkbaar weer, de uitzendkracht nog steeds recht behoudt op loon.

Let op! In eerste instantie zullen bovenstaande wijzigingen enkel gelden voor werkgevers die de ABU-cao volgen. De NBBU is nog niet aangesloten bij dit onderhandelingsresultaat. Echter, het is erg waarschijnlijk dat de NBBU nog zal volgen, of dat de cao algemeen verbindend verklaard zal worden voor de uitzendsector. In dat laatste geval zal de gehele uitzendsector zich aan deze wijzigingen moeten houden. 

Vragen? Laat het ons weten!

Contact