De ketenregeling: een uitkomst voor zekerheid of een vage belofte?

In deze blog ga ik nader in op de ketenregeling zoals opgenomen in artikel 7:668a lid 1 Burgerlijk Wetboek. De ketenregeling werd ooit in het leven geroepen om te voorkomen dat de werkgever een arbeidsovereenkomst oneindig verlengt met tijdelijke contracten. Het was de bedoeling dat de werknemer in plaats daarvan op een gegeven moment een vaste arbeidsovereenkomst aangeboden zou krijgen. Wat een ideale oplossing leek te zijn, bleek in de praktijk toch anders uit te pakken. Zo begon de keten opnieuw indien de werknemer langer dan drie maanden uit dienst was geweest. Dit bood werkgevers een uitweg: een werknemer trad voor drie maanden uit dienst en werd vervolgens weer aangenomen op basis van tijdelijke contracten. Op deze manier werd de ketenregeling omzeild door werkgevers. Voor werknemers daarentegen was de regeling eerder een vage belofte. Om de drie maanden moest de werknemer uit dienst. Dit had financieel misschien geen nare gevolgen, de werknemer had vaak recht op ww, maar de beoogde zekerheid bood het niet. Dit moest natuurlijk anders.

Per 2015 is de ketenregeling veranderd, van 3 x 3 x 3 naar 3 x 2 x 6. Nu denk je natuurlijk: hoe ben ik van een juridische blog in een wiskundige notitie beland? Dit zal ik even toelichten. De ketenregeling behield het ‘3 x 3 x 3’-concept, dit betekende het volgende:

  • Na 3 verlengingen van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, ontstond er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  • Na 3 jaar of langer in dienst te zijn geweest op basis van meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, ontstond er ook een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  • De laatste 3 stond voor het aantal maanden dat de werknemer uit dienst moest zijn geweest voordat de keten opnieuw kon beginnen en er dus opnieuw een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd kon worden aangegaan.

Deze regeling is in 2015 veranderd naar het ‘3 x 2 x 6’-concept en dit betekende het volgende:

  • De eerste 3 bleef onveranderd en betekende dat er na 3 verlengingen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstond.
  • Na 2 jaar of langer in dienst te zijn geweest op basis van meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, ontstond er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  • Bij deze herziende regeling was er een periode van 6 maanden dat de werknemer uit dienst moest zijn geweest voordat de keten opnieuw kon beginnen en er weer een arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd kon worden aangegaan.

De ketenregeling is per 2020 wéér veranderd bij de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). De periode van twee jaar waarin maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten gesloten mochten worden bleek in de praktijk niet het gewenste resultaat te bieden. Want wat bleek, na twee jaar werden arbeidsovereenkomsten in praktijk te vaak beëindigd in plaats van verlengd voor onbepaalde tijd. Om dit tegen te gaan werd met inwerkingtreding van de WAB de ketenregeling weer teruggedraaid van een twee jaar termijn naar een drie jaar termijn. Dit betekent dat de keten thans bestaat uit maximaal drie tijdelijke contracten gedurende drie jaar tijd waarna een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.

De ketenregeling blijft tot vraagstukken leiden. Zo heeft de kantonrechter Amsterdam op 5 november van dit jaar (Rb Amsterdam 05-11-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5420) een uitspraak gedaan over de vraag of een nieuwe arbeidsovereenkomst ontstaat bij het accepteren van een arbeidsovereenkomst met vaste arbeidsomvang. Wat tot dit vraagstuk heeft geleid is een bepaling uit de WAB, waarin wordt bepaald dat een oproepkracht zonder vaste arbeidsomvang na 12 maanden in dienst te zijn een contract met vaste arbeidsomvang moet worden aangeboden.
In deze casus was er sprake van een werknemer met een derde oproepcontract. De volgende arbeidsovereenkomst zou een overeenkomst van onbepaalde tijd zijn. Bij het accepteren van een arbeidsovereenkomst met vaste arbeidsduur is volgens de kantonrechter geen nieuw arbeidscontact ontstaan en was deze overeenkomst dus niet het vierde contract in de keten. De kantonrechter oordeelt dat sprake was van een wijziging van de lopende oproepovereenkomst geldend voor de resterende duur van deze oproepovereenkomst en geen aanbod van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Hier is enkel sprake van indien de duur van de arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd. Het wijzigen van het aantal arbeidsuren heeft niet tot gevolg dat er een volgende arbeidsovereenkomst in de keten ontstaat.

Mocht u vragen hebben over de ketenregeling dan voorzien wij u graag van advies.

Contact