Ontslagvergoeding

Hulp bij ontslag nodig? De Belastingadviseurs en Juristen van AAme helpen u graag verder!

Neem contact op
Belasting over ontslagvergoeding

Elk van de hiernaast genoemde ontslagvergoedingen kan op een andere manier fiscaal worden behandeld. Doorgaans zal sprake zijn van normale bedrijfskosten. Indien het loon uit vroegere arbeid betreft zullen geen afdracht van sociale werkgeverspremies verschuldigd zijn.
Met name de werknemer heeft er belang bij dat hij geen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is. Die verschuldigdheid is er wel voor de transitievergoeding, de bovenwettelijke ontslagvergoeding, de aanzegvergoeding en de gefixeerde schadevergoeding. Dit kan anders zijn indien deze ontslagvergoedingen niet rechtstreeks aan de werknemer worden betaald, maar worden omgezet in kostenvergoedingen voor bijvoorbeeld outplacement en kosten voor begeleiding en advies door derden.

Bij de billijke vergoeding is het soms mogelijk aan loon- en inkomstenbelasting te ontkomen indien kan worden aangetoond dat dit bedrag strekt als vergoeding voor immateriële schade (oftewel: smartengeld).

Verwerken van de ontslagvergoeding in de administratie

Een ontslaguitkering die ziet op te derven loon en/of pensioenschade wordt gekwalificeerd als belastbaar loon uit vroegere dienstbetrekking. De werkgever moet hierover loonbelasting en de inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage afdragen en de groene tabel toepassen. In de groene tabel is geen arbeidskorting opgenomen, omdat deze korting bedoeld is voor alleen werkenden.
Premies werknemersverzekeringen zijn niet verschuldigd over een ontslaguitkering die als loon uit vroegere dienstbetrekking wordt gekwalificeerd.

Let op: De vrijstelling geldt alleen voor de ‘echte’ ontslaguitkering, niet voor de afkoop van vakantiedagen of ander loon dat samen met een ontslagvergoeding wordt uitbetaald.

Uitbetaling ontslagvergoeding

De werknemer ontvangt de ontslagvergoeding als rechtstreekse directe betaling van de werkgever, waarover belasting moet is ingehouden.

Rechtstreekse directe uitbetaling

Als de ontslagvergoeding rechtstreeks aan de werknemer wordt uitbetaald, dan dient de werkgever daarop loonbelasting en werkgeversheffing Zvw in te houden, geen sociale premies. De ontslagvergoeding valt in box 1 (inkomsten uit werk en woning). De belasting die op de ontslagvergoeding wordt ingehouden hangt dan ook af van het belastingtarief dat in deze box op de werknemer van toepassing is.

Hoeveel belasting wordt er betaald over een ontslagvergoeding?

Het belastingpercentage hangt af van het totale bruto inkomen (jaarsalaris vermeerderd met ontslagvergoeding). Meestal een hoog belastingpercentage over de ontslagvergoeding, oplopend tot 49,5%. De werkgever houdt de inkomstenbelasting (BOX 1) in en maakt de netto ontslagvergoeding over op de privérekening van de ex-werknemer.

In box 3 jaarlijks vermogensrendementsheffing

De netto ontslagvergoeding is vrij vermogen en valt in box 3. Er wordt jaarlijks 31% belasting over fictief rendement betaald over de waarde van de bezittingen op 1 januari van dat jaar. Fictief rendement is afhankelijk van het vermogen. Er is een vrijstelling van € 50.000 (of het dubbele bij een fiscaal partner). Al het meerdere boven € 50.000 wordt belast.

Mogelijkheden ontslagvergoeding

1. Ontslagvergoeding belasting middelen over 3 jaar

Bij een eenmalige ontslagvergoeding, neemt het inkomen in box 1 (belastbaar inkomen uit werk en woning) eenmalig toe. Mogelijk komt een deel van het inkomen in de hoogste belastingschijf van 49,5 procent terecht. Een werknemer kan dan in aanmerking komen voor de middelingsregeling. Deze regeling vermindert de inkomstenbelasting als er sterk wisselende inkomsten zijn, bijvoorbeeld na een eenmalige ontslagvergoeding.

Gemiddeld inkomen zorgt voor lagere belastingen
Middeling werkt als volgt: Tel de inkomens van 3 aaneengesloten jaren bij elkaar op en deelt die som door 3. Dan is het gemiddelde inkomen over die 3 jaar bekend. Vervolgens bereken je hoeveel belasting er over dit gemiddelde inkomen betaalt moest worden als er in die jaren dit gemiddelde inkomen was verdiend. De uitkomst van deze berekening wordt vergeleken met de belasting die er in werkelijkheid is betaald over deze 3 jaren. Als de nieuwe belastingbedragen lager zijn dan die van de 3 al betaalde aanslagen, volgt er een teruggaaf van de Belastingdienst. Er geldt wel een drempel van € 545; alleen het meerdere kan teruggevraagd worden.

Voorwaarde is wel dat ieder middelingsjaar maar één keer gebruikt kan worden. Dus als er middeling heeft plaatsgevonden over 2016,2017 en 2018 dan kan er niet nog een keer gemiddeld worden over 2018, 2019 en 2020. Het kan dus voordeliger zijn om niet te vroeg een middelingsverzoek in te dienen om later te kunnen beoordelen of middeling over bepaalde jaren meer voordeel oplevert.
Aandachtspunt is wel dat een middelingsverzoek binnen 3 jaar – nadat alle aanslagen van de jaren die tot het middelingstijdvak horen onherroepelijk vaststaat – wordt ingediend.

2. Benutten van jaarruimte

Misschien heeft de ex-werknemer niet direct werk en is de WW-uitkering onvoldoende om de rekeningen te kunnen betalen. Dan is de ontslagvergoeding nodig om van te leven. Maar als het geld niet direct nodig is voor het levensonderhoud, kan er een deel van de ontslagvergoeding gebruikt worden voor de inleg in een lijfrentepolis of een bancaire lijfrente (banksparen). Deze inleg of premie is onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van het inkomen. Door zoveel mogelijk in te leggen, kan er belastbare inkomen in het jaar waarin de een ontslagvergoeding krijgt verminderen.

De premie wordt gebruikt om te sparen en/of te beleggen voor de opbouw van een pensioenkapitaal. Niet alleen is de premie aftrekbaar van het inkomen, het opgebouwde kapitaal is ook niet belast met vermogensbelasting (box 3). Pas na de pensionering, als het opgebouwde kapitaal wordt omgezet in een pensioen, betaalt de ex-werknemer inkomstenbelasting (box 1) over de maandelijkse uitkeringen. Een voordeel kan zijn dat de tarieven voor de inkomstenbelasting in de eerste twee schijven lager zijn voor mensen in de AOW-leeftijd.

Jaarruimte hoger door ontslagvergoeding
Omdat de ontslagvergoeding het inkomen eenmalig verhoogt en omdat de pensioenopbouw na ontslag ophoudt, is de jaarruimte in het jaar ná het ontslag vaak wel positief. Er kan dan een lijfrenteverzekering/-spaarrekening worden afgesloten, waarvan de betaalde premie van het inkomen in dát jaar mag worden afgetrokken. Helaas valt de aftrek dan niet in het jaar waarin het ontslag was en waarin het belastbare inkomen eenmalig flink hoger was.

Redelijke ontslaggronden

In de wet zijn negen redelijke ontslaggronden opgenomen (a- t/m i-grond).
a-grond: bedrijfseconomische reden
b-grond: langdurige ziekte
c-grond: frequent ziek
d-grond: disfunctioneren
e-grond: verwijtbaar gedrag
f-grond: ernstig gewetensbezwaar
g-grond: verstoorde arbeidsrelatie
h-grond: andere omstandigheden
i-grond: cumulatiegrond

Wanneer een werkgever één van deze acht redenen heeft kan tot ontslag worden overgegaan mits herplaatsing, al dan niet met behulp van scholing, binnen een redelijke termijn, niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

A-grond: Bedrijfseconomische reden

Een werkgever kan een bedrijfseconomische reden voor ontslag hebben wanneer de financiële situatie slecht is of slechter wordt, wanneer er sprake is van werkvermindering, bij organisatorische en/of technologische veranderingen, (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging, een bedrijfsverhuizing of het vervallen van een loonkostensubsidie. De bedrijfseconomische ontslaggrond is de ‘a-grond’.

B-grond: langdurige ziekte

Wanneer een werknemer langer ziek is dan 104 weken en herplaatsing niet mogelijk is of niet in de rede ligt, dan vormt dit voor de werkgever een redelijke grond voor ontslag (b-grond) mits de verwachting is dat er in de komende 26 weken geen herstel zal optreden of het werk niet in aangepaste vorm kan worden voortgezet. De periode van 104 weken is langer in het geval er sprake is van een loonsanctie van het UWV.

C-grond: Frequent ziekteverzuim

Wanneer een werknemer zijn werk regelmatig niet kan verrichten als gevolg van ziekte of gebreken kan dit voor een werkgever een redelijke ontslaggrond zijn (de c-grond).

Daarvoor is dan wel vereist dat dit voor het bedrijf onaanvaardbare gevolgen heeft, het niet is veroorzaakt door onvoldoende zorg en herstel niet is te verwachten in de komende 26 weken. Voorts dient herplaatsing niet mogelijk te zijn of niet in de rede te liggen.

D-grond: Disfunctioneren

Van disfunctioneren is sprake wanneer een werknemer niet in staat is om zijn functie naar behoren uit te oefenen.

Disfunctioneren kan een redelijke ontslaggrond vormen (de d-grond), mits is voldaan aan strenge eisen. (zie ook verbetertraject):

  • het disfunctioneren moet niet zijn veroorzaakt door ziekte of gebreken;
  • het disfunctioneren moet niet het gevolg zijn van een gebrek aan scholing of van de arbeidsomstandigheden;
  • de werkgever dient de werknemer tijdig van diens disfunctioneren in kennis te stellen;
  • de werkgever dient de werknemer voldoende in de gelegenheid te stellen om te verbeteren.

E-grond: Verwijtbaar gedrag

Wanneer een werknemer zich zodanig verwijtbaar gedraagt dan het van een werkgever niet langer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan, heeft de werkgever een redelijke grond voor ontslag (e-grond).

F-grond: Ernstig gewetensbezwaar

Wanneer een werknemer weigert zijn werk te doen vanwege een ernstig gewetensbezwaar vormt dat voor een werkgever een redelijke ontslaggrond wanneer aannemelijk is dat het arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht en herplaatsing niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

G-grond: Verstoorde verhouding

Wanneer de arbeidsrelatie zodanig is verstoord dat het van een werkgever niet langer gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten bestaan, heeft de werkgever een redelijke grond voor ontslag (g-grond).
Hoewel er geen verbetertraject hoeft te worden gestart, dient een werkgever wel de nodige inspanningen te verrichten om tot een herstel van de relatie te komen.

H-grond: Andere omstandigheden

‘Andere omstandigheden’ kunnen een redelijke ontslaggrond vormen (de h-grond).
Wanneer er andere omstandigheden zijn dan de als de a- t/m g genummerde ‘redelijke ontslaggronden‘ en het van een werkgever redelijkerwijs (toch) niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, wordt gesproken van ‘andere omstandigheden’ die een ‘redelijke ontslaggrond’ vormen. Het moet gaan om zeer uitzonderlijke omstandigheden.

I-grond: cumulatiegrond

Het gaat hierbij bij een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden c tot en met h, die zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Herplaatsing

Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst niet beëindigen wanneer de werknemer, binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, kan worden herplaatst; tenzij herplaatsing niet in rede ligt zoals bijvoorbeeld bij verwijtbaar gedrag (e-grond).

 

 

IT’S THE PERSONAL TOUCH

Advies

Heeft u naar aanleiding van het bovenstaande vragen of wilt u advies inwinnen over het aangaan van een transitievergoeding, neem dan gerust contact op met de belastingadviseurs van AAme. Onder het genot van een kop koffie bespreken wij dan uw mogelijkheden.

 
 

Meer informatie

Voor het juridische deel van de ontslagvergoeding verwijzen wij u graag naar de pagina Ontslagvergoeding.