Inkomstenbelasting
Voor de inkomstenbelasting zijn er 3 soorten inkomen. Deze inkomsten zijn verdeeld in 3 groepen (boxen) met ieder een eigen tarief:
U kunt 3 belastbare inkomens hebben: in box 1, in box 2 en in box 3. Hoeveel inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen u verschuldigd bent, berekent u door op de belastbare inkomens de tarieven toe te passen. De inkomsten worden apart behandeld en zo veel mogelijk apart belast. Dit betekent het volgende:
Elk soort inkomsten valt in 1 box. Uw inkomsten kunnen dus niet dubbel worden belast.
Voor het belastbare inkomen in box 1, 2 en 3 gelden verschillende tarieven.
U kunt een negatief inkomen (verlies) in de ene box niet verrekenen met een positief inkomen in een andere box. Voor verliezen in box 2 geldt een bijzondere regeling.
Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning
Het tarief voor het belastbaar inkomen uit werk en woning is een oplopend tarief met 4 schijven. Daardoor gaat u naar verhouding meer belasting betalen als uw inkomen hoger wordt. Over inkomen uit werk en woning moet u in de eerste 2 schijven ook premie volksverzekeringen betalen. In box 1 kunt u te maken krijgen met verschillende inkomsten en aftrekposten.
Inkomsten box 1
Bij inkomsten die in box 1 vallen, kunt u denken aan:
Aftrekposten box 1
In box 1 kunt u bijvoorbeeld de volgende aftrekposten hebben:
Kapitaalverzekeringen
Kapitaalverzekeringen komen voor in box 1 of in box 3. Wilt u weten in welke box uw kapitaalverzekering valt? Dan kunt u dit bepalen met het het hulpmiddel Boxbepaling kapitaalverzekering.
Box 2: aanmerkelijk belang
Hebt u in 2007 een aanmerkelijk belang in een vennootschap of coöperatie, dan moet u het financiële voordeel daarvan aangeven. U kunt 2 soorten belastbare voordelen hebben, namelijk reguliere voordelen zoals dividend, en vervreemdingsvoordelen zoals verkoopwinst op de aandelen. U hebt een aanmerkelijk belang in 2007 als u, samen met uw eventuele fiscale partner, direct of indirect minimaal 5% hebt van van de volgende bewijzen of rechten:
de winstbewijzen of van (ook per soort) de aandelen in een binnen- of buitenlandse vennootschap
de genotsrechten van (ook per soort) de winstbewijzen of aandelen in een binnen- of buitenlandse vennootschap
het stemrecht in een coöperatie of vereniging op coöperatieve grondslag
U hebt ook een aanmerkelijk belang in 2007 als u, samen met uw eventuele fiscale partner, opties hebt om minimaal 5% van de aandelen (ook per soort) in een binnenlandse of buitenlandse vennootschap te verwerven.
Voor het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang geldt een tarief van 22% voor zover dat belastbaar inkomen gelijk of lager is dan € 250.000. Voor het meerdere geldt een tarief van 25%.
Let op!
Uitsluitend de bovengenoemde inkomsten vallen in box 2. Als u bijvoorbeeld ook een salaris ontvangt van de bv of nv, dan wordt dit salaris in box 1 belast.
Box 3: sparen en beleggen
Bij inkomen uit sparen en beleggen gaat het niet om bijvoorbeeld rente of huur die u ontvangt. Voor het vaststellen van uw inkomen in box 3 wordt uitgegaan van een vast percentage van 4%. Dit vaste percentage van 4% wordt berekend over de gemiddelde waarde van uw bezittingen min schulden op 1 januari en op 31 december. Dit heet de gemiddelde rendementsgrondslag. U betaalt pas belasting als de gemiddelde rendementsgrondslag boven een heffingvrij vermogen uitkomt.
De werkelijke inkomsten, bijvoorbeeld de huuropbrengst of het dividend op uw aandelen, hoeft u dus niet aan te geven. Verder mag u werkelijke kosten, zoals betaalde rente, niet aftrekken.
Heffingvrij vermogen
Voor iedereen geldt in box 3 een heffingvrij vermogen. Is de gemiddelde rendementsgrondslag niet hoger dan € 20.014, dan hoeft u niets in te vullen. U hebt dan geen voordeel uit sparen en beleggen. Als de gemiddelde rendementsgrondslag wel hoger is dan € 20.014, dan telt alleen het deel boven de vrijstelling mee voor de belasting in box 3.
Als u heel 2007 een fiscale partner hebt, dan kunt u het heffingvrije vermogen aan elkaar overdragen. Voor de één is dan het heffingvrij vermogen € 40.028 (€ 20.014 + € 20.014) en voor de ander € 0.
Bent u 65 jaar of ouder, dan kan uw heffingvrije vermogen hoger zijn.
Let op!
Als u minderjarige kinderen hebt, dan kunt u of uw fiscale partner het heffingvrije vermogen verhogen met € 2.674 per minderjarig kind.